MPodia

NIEUWS

concertagenda
Waylon nieuwe single - ‘Lose It’
Gepubliceerd op: 2012-02-04

Waylon heeft een nieuwe single uit. ‘Lose It’ is de tweede single van zijn in november verschen ... »


tagTags: persbericht | Tell a friend
concertagenda
Feist bevestigd voor Lowlands
Gepubliceerd op: 2012-02-04

Feist treedt dit jaar op tijdens het Lowlands-festival. De Canadese zangeres is een va ... »


tagTags: persbericht | Tell a friend
concertagenda
HILARIO DURÁN TRIO speelt 11 februari in het Bimhuis
Gepubliceerd op: 2012-02-03

In de jaren '70 was hij de uitverkoren opvolger van Chucho Valdes in Cuba's modernste bigband, ... »


tagTags: jazz, persbericht | Tell a friend

Win kaarten Eefje

RECENSIES

concertagenda
Elbipolis Barockorchester Hamburg Brezel Göring / De Oosterpoort, Groningen / 31
Gepubliceerd op: 2012-02-03

Klassieke muziek. Het blijft voor de meeste jongeren een afstandelijk en ontoegankelijk iets. A ... »


tagTags: klassiek, concertverslag | Tell a friend
concertagenda
We Were Promised Jetpacks / Tivoli De Helling / 1 februari 2012
Gepubliceerd op: 2012-02-03

Strijdlustige post-punk met een kartelrand van sentiment. De Schotse We Were Promised Jetpacks ... »


tagTags: rock, alternative, concertverslag | Tell a friend
concertagenda
Gym Class Heroes – The Papercut Chronicles II
Gepubliceerd op: 2012-02-02

De Amerikaanse hip hop band Gym Class Heroes brak in 2007 door met de single ‘Cupid’s Chokehold’, af ... »


tagTags: rock, rap, pop, hip hop, cd recensie | Tell a friend

ARTIESTEN

concertagenda
Peter Fox

»


concertagenda
Andy Bruce & The Rigidly Righteous

»


concertagenda
Ralph Rousseau

Ralph Rousseau Meulenbroeks* speelde op 8-jarige leeftijd piano en (bas-)gitaar en combineerde »


artiest

Thelonious Monk

Thelonious Monk
LUISTERPLEK:


Thelonious Sphere Monk (Rocky Mount (North Carolina) 10 oktober 1917 - Weehawken (New Jersey) 17 februari 1982) was een Amerikaans jazzmuzikant.

Op 10 oktober 1917 kwam Thelonious Monk (ook Sphere genoemd) ter wereld in Rocky Mount in North Carolina, in de Verenigde Staten van Amerika. Zijn kinderjaren en zijn jeugd bracht hij door in New York, waar zijn familie vanaf 1923 verbleef in het zwarte kwartier van Juan Hill. Juist in deze buurt was er steeds een actieve muziekscene aanwezig. Dit zal er toe bijgedragen hebben dat Thelonious Monk heel zijn leven bij dit muziekoord is blijven wonen.

Toen Thelonious ongeveer tien jaar oud was, kreeg zijn familie van een goede vriend een piano als geschenk, en zijn oudere zus Marion kreeg vanaf toen klavieronderricht. De kleine Thelonious keek toe hoe zijn zus regelmatig oefende en hij leerde daarbij vrij vlug noten lezen. Monk zei later zelfs dat hij piano heeft leren spelen enkel en alleen door over de schouder mee te kijken. Dit toekijken en observeren vond hij niet voldoende op lange termijn, zeker omdat hij gefascineerd was door het instrument. Daarom begon hij zichzelf piano te leren spelen. Op 11-jarige leeftijd kreeg hij voor het eerst correcte pianolessen en volgens Monks eigen zeggen begon hij zich direct daarna in jazz te interesseren. Anders dan veel andere gezinnen respecteerde de familie Monk de muzikale ambities van hun jongste spruit. Sterker nog, Monks moeder ondersteunde hem en stond hem steeds bij.

Thelonious kwam vlug voor het publiek terecht, hij begeleidde het kerkkoor van de lokale Baptistengemeenschap, waarin ook zijn moeder zong. Hij verdiende ook zijn eerste sporen als dansmuzikant op feesten. Ondertussen groeide zijn interesse nog verder in de jazz. Duke Ellington, Fats Waller, Earl Hines en wel in het bijzonder James P. Johnson die in zijn buurt woonde, trokken zijn aandacht. Op 17-jarige leeftijd hield hij de school voor gezien, om een uitgebreide tour door de Verenigde Staten te ondernemen met een gospelgroep, een evangelische predikant en een vrouwelijke 'wondergenezer'. Naast Monk bestond de begeleidende band verder nog uit een trompettist, een saxofonist en een drummer. Als ze zich in een stad installeerden, vond Thelonious vlug aansluiting bij de lokale jazzscene en na zijn werkdag speelde hij 's avonds dan nog op diverse jamsessies.

Kansas City werd een belangrijke plaats op zijn reis. Daar maakte Monk namelijk kennis met de pianiste Mary Lou Williams, die hij met zijn pianospel duidelijk wist te imponeren. Hij maakte toen nog steeds gebruik van veel standaardtechnieken, alhoewel hij vanaf dat moment ook zijn eigen stijl met moderne harmonieën ontwikkelde.

Na deze tour keerde Monk terug naar huis naar zijn moeder en naar de New Yorkse muziekscène. Om in zijn onderhoud te voorzien deed hij gelegenheidsjobs in bars en danszalen. In zijn vrije tijd werkte hij aan zijn eigen muzikale voorstellingen. Gedurende deze tijd had hij vriendschappelijke banden met personen die in de toekomst belangrijk zouden worden in de jazzwereld: de drummer Kenny Clarke, de pianist Bud Powell en de trompettist Dizzy Gillespie.

Deze vriendenkring kwam in de jaren 1940 regelmatig bij elkaar in Minton's Playhouse, een jazzclub op 118th street in Harlem, New York. Hier kreeg de nieuwe generatie muzikanten een kans om zich kunnen te bewijzen en haar ideeën te presenteren. Om deze muzikanten bij hun muzieksessies steeds een ritmische band te kunnen aanbieden, gaf de eigenaar van de club, Henry Minton, een vast contract aan Thelonious Monk, Kenny Clarke en de bassist Nick Fenton. Daarmee schiep hij de basiscondities waaruit later de Be-Bop zou ontstaan.

Monk en Clarke werden de muzikale kern van Minton's, waar ook Dizzy Gillespie, Charly Christian, Don Byas en Art Blakey speelden. In deze muzieksessies, die tot in de vroege ochtenduren konden doorgaan, ontwikkelden de jonge muzikanten hun eigen concepten en cultiveerden een nieuwe jazzstijl, die later als Be-Bop de muziekgeschiedenis zou ingaan. Ook andere musici, grote sterren als trompettist Roy Eldridge en tenorsaxofonist Lester Young, improviseerden rond de Be-Bop-muziek, maar hun tempo lag te hoog!

Dizzy Gillespie beschrijft het volgende in zijn autobiografie To be or Not to bop: Kenny Clarke leverde het ritmische fundament en Monk de gecompliceerde akkoordensekwenties.

In het jaar 1939 trad de altsaxofonist Charlie Parker, toen nog begeleid door de Jay McShann-Band uit Kansas City, voor de eerste maal in de New York op. Zijn muzikale ontwikkeling leek in dezelfde stroming en richting te geraken als van de jonge muzikanten uit de Minton's. Het jaar daarop speelde Parker weer in New York en zijn revolutionaire spel trok de nodige aandacht in de jazzwereld. Gillespie en Clarke klopten bij de nieuwkomer aan, en namen hem ook op in Minton's Playhouse. De doorbraak van de Be-Bop was nog slechts een kwestie van tijd.

Thelonious had inmiddels het idee opgevat enkel nog van zijn muziek te willen leven. Hij ging van de ene club naar de andere, speelde klavier en sliep als hij moe werd, waar hij zich ook bevindt, soms op de planken, achter het klavier. Hij is niet in het minst geïnteresseerd in het Be-Bop-typische tempo, dat aan de basis lag van standaardcomposities zoals: I Got Rythm. Hij begint daarentegen eigen thema's te componeren. Zo ontstaat rond die tijd bijvoorbeeld Round Midnight, één van de vele Monk-klassiekers die tegenwoordig tot het standaardprogramma van de jazzmuzikant behoren. Hij trekt zich uit de Be-Bop-scene terug.

Zijn vriend Bud Powell komt op de voorgrond en wordt het prototype van de Be-Bop-pianist.

De Be-Bop had zich ondertussen in het hele land doorgezet en verspreid, en Be-Bop-bands kregen regelmatig contracten buiten New York. Monk wenste zijn kwartier niet te verlaten, bleef thuis en werkte verder aan zijn composities.

Hij werd slechts zelden als muzikant geboekt. Toen in de jaren 1944-45 de tenorsaxofonist Coleman Hawkins, Monk's vriend, in de stad kwam en hem voor concerten en opnamesessies in zijn band nam, waren dat de weinige uitzonderingen waarop Monk speelde en we nog opnames van hem hebben. Monk werd niet bijzonder geapprecieerd door het publiek. Hawkins sprak bijvoorbeeld over een optreden in de Onyx-club, waar het publiek Monk totaal afkeurde. Aan Hawkins werd elke avond gevraagd, wanneer hij zich nu eens uiteindelijk een echte pianist zou kunnen veroorloven.

Aangezien Monk niet bereid was tot muzikale compromissen, vond hij in deze jaren slechts zelden werk. Hij bleef thuis, componeerde en droeg zijn gasten zijn werk voor. Het waren veelal jonge musici die hem bezochten en naar zijn opvoeringen luisterden. Monk beschreef deze ontmoetingen als een kunstig "huisonderricht", waarbij hij de jonge muzikanten uitsluitend door het voorspelen en het geconcentreerde toehoren van de gasten, zijn stukken bijbracht. Dit wierp zijn vruchten af, vele muzikanten van de nieuwe generatie, onder hen Miles Davis en Sonny Rollins, konden zich vertrouwd maken met de gecompliceerde muziek, en waren nadien dan ook bekwaam om deze muziek zelf publiekelijk op te voeren.

In 1947 kreeg Monk dan toch nog een kans, in de vorm van zijn eerste platencontract. De twee joodse immigranten en jazzliefhebbers Alfred Lion en Frank Wolff hadden Nazi-Duitsland in de jaren '30 verlaten en in 1939 een onafhankelijke platenfirma gesticht met de naam: "Blue Note Records". Na enkele jaren meer traditionele kunstenaars voorgesteld te hebben zoals Sydney Bechet, richtten beide jazzliefhebbers zich meer tot de moderne jazz en stelden Monk voor met zijn eerste albumtitel: Genius of Modern Music. Monk bleef slechts zijn muziek en zijn ritme kennen en op 40-jarige leeftijd leefde hij nog altijd bij zijn moeder. De Blue Note-opnamen waren niet succesvol. Alhoewel, één hoogtepunt was er in die jaren. In het jaar 1948 werd hij geselecteerd in de "Downbeat critic polling", in de groep van de beste jazzmuzikanten van het land. Wanneer er voor hem niet gestemd werd in het volgende jaar, bleek het einde van zijn carrière naderbij te komen. Uiterlijk bleef hij onveranderd, maar innerlijk verbitterd, trok hij zich terug en isoleerde zich meer en meer.

Monk werd met pech achtervolgd. Het jaar 1951 werd het absolute dieptepunt van zijn carrière. Tijdens een gewoon autoritje met 'junkie' Bud Powell, kwam Monk terecht in een voertuigencontrole. Powell stak Monk een klein pakje heroïne toe, Monk verborg het en zoals het lot het wil, vond de politie toch de heroïne tussen de tenen van Monk. Monk moest 60 dagen zitten, en verloor daardoor ook zijn cabaret card. Het verlies van zijn kaart betekende dat Monk in geen enkele club nog mocht aantreden waar alcohol geschonken werd. Dit betekende voor een jazzmuzikant, zoveel als een beroepsverbod!

In 1952 bood de jonge platenfirma "Prestige", Monk een contract aan. Dat hij met Blue Note niet verder kon was duidelijk. En dat Lion en Wolff hem geen stokken voor de wielen staken, nam hij in dank aan. Later moest hij wel vaststellen, dat zijn nieuwe firma zich wezenlijk minder voor hem inzette, dan de werkelijke jazzliefhebbers bij Blue Note Records. Zo zag hij in een periode van twee jaar, slechts zeven dagen een opnamestudio aan de binnenkant. Ondanks deze ongunstige situatie, ontstonden nochtans zeer goede opnamen met onder andere Sonny Rollins en met de labelster Miles Davis. Monk bleef financieel nog altijd aan de verliezerskant.

In 1955 sterft Charlie Parker en de grote dagen van de Be-Bop zijn dan geteld. Hard Bop en Cool Jazz zijn de stijlen die zich aankondigen in de vroege jaren '50. Gezien Monk ook voor Prestige geen winst bijbracht, werd zijn contract in 1955 ontbonden, en begon hij nu voor het kleine 'Riverside'-label te werken. Gelijkaardig als bij Blue Note waren de eigenaars van Riverside Records wel rasechte fans en zij boden Thelonious Monk een zeker bestaan aan. Ze boden hem een echt artistiek thuis aan. Orrin Keepnews en Billy Grauer, de directeurs van Riverside, hadden schijnbaar minder interesse in snel geld te maken en wilden de kunstenaar Monk de mogelijkheid bieden zich te ontwikkelen op langere termijn. Zij stelden dus meer de artistieke waarden op prijs, zoals compositie en arrangementen.

Riverside stelde Monk eindelijk in de mogelijkheid, zijn 'ding', compromisloos door te drijven. Historisch gezien, zijn de Riverside-jaren, de meest betekenisvolle artistieke periode in de hele loopbaan van de pianist geweest, met zijn afwijkende harmonieën en vreemde ritmes. Na jarenlange inzet van zijn vriendin Pannonica, "Nica" de Koenigswarter, een uit de Rothschild-familie stammende aristocrate, kon Monk begin 1957 zijn cabaret card terugkrijgen en kon hij voor het eerst weer in clubs optreden.

Na een lijfelijk dispuut in het Café Bohemia tussen Miles Davis en John Coltrane, bood Monk, Coltrane een job aan in zijn eigen ensemble. Coltrane trok zich terug, bevrijdde zich van zijn heroïneverslaving, en kwam gesterkt naar New York terug, om deel te nemen aan het zogenaamde Monks "huisonderricht" en om aansluitend in het nieuwe Thelonious Monk Quintett op te treden. Dit engagement tussen beide werd een grote triomf voor Monk en Coltrane. Verdere grote opnames, onder andere met Coleman Hawkins en Gerry Mulligan volgden.

Tegen eind 1957 hadden Nica de Koenigswarter en Monk weer problemen met de politie. Na een racistisch incident in een hotel in Delaware bevindt het gerecht de onschuldige Monk schuldig aan huisvredebreuk. Gevolg: hij verliest weer zijn cabaret card. Monk had zich ondertussen al goed opgetrokken, zijn composities werden nu door de critici geliefd, en hij nam het ene album na het andere op.

Zijn eerste orkestopname in de New Yorker Town Hall volgde en een succesrijke tournee naar San Francisco ook, naast live optredens en een solo-album. De tenorsaxofonist Charlie Rouse was rond deze tijd een vaste medewerker van Monks band geworden. Door zijn terughoudendheid, zijn discipline en zijn kunst droeg hij zeker bij tot het blijvende succes van de band. Men mag hem niet vergelijken met zijn voorgangers, Sonny Rollins, John Coltrane of Johnny Griffin, maar het muzikale partnerschap met Monk dat enkele jaren stand hield, kwam in de jazzwereld maar zelden voor.

Het aanhoudende succes van Thelonious Monk vond ook gehoor op de executive verdiepingen van het CBS-concern, die hem prompt aanwierven. De financiële perspectieven die CBS aan Monk bood, kon een kleine firma als Riverside niet aan, en ze moesten hun ster Monk laten gaan. Door de toekenning van de rechten van een concert kon de wissel van de ene firma naar de andere voor beide partijen bevredigend verlopen. Monk's eerste opnamesessies voor CBS vonden in de herfst van 1962 plaats. Naast Charlie Rouse, kwamen zijn bassist John Ore en drummer Frank Dunlop in de studio om de albums: Monk's Dream en vervolgens Criss Cross op te nemen. Er volgen eersteklasconcerten in Tokio, in het traditionele Newport Jazzfestival en een engagement in het Five Spot Café. Het toppunt van succes was het verschijnen van Monk's titelverhaal in Time Magazine, dat slechts begin 1964 kon verschijnen, gezien kort voor de publicatiedatum president John F. Kennedy vermoord werd en het magazine dan wel wat anders te berichten had. De eer van op de cover van Time Magazine te staan, werd slechts nog aan drie andere jazzmuzikanten voorbehouden.

Tot 1968 is Monk aanwezig op de meest belangrijke jazzmeetings in de U.S.A., Europa en zelfs Japan. Zijn kwartet, nu met Ben Riley als drummer en Larry Gales als bassist maakte tot in 1967 regelmatig platenopnames voor CBS. Monk blijft ook zijn voorliefde voor zeldzame hoeden trouw.

Eind 1968 verliest CBS langzaam maar zeker interesse in Thelonious Monk. Als CBS aan Monk vraagt stukken van de Beatles op te nemen, hield Monk het volledig voor bekeken. Na het beëindigen van het winstgevende contract met CBS verlieten Gales en Riley het kwartet en Rouse en Monk moesten dan permanent met wisselende bezettingen spelen. Dat verzwaarde natuurlijk geweldig de opvoeringen van de gecompliceerde werken van Thelonious Monk. De hoge kwaliteit van de vroegere concerten kon zo niet meer verzekerd worden en de continue productie werkte Rouse zodanig op de zenuwen dat ook hij Monk verliet in 1970.

Monk bleef maar voortwerken, soms minder succesrijk. In 1971 en in '72 gaat hij op een All Star Tournee door Europa en speelt daar onder naam Giants of Jazz, tezamen met Dizzy Gillespie en andere oude bekenden van de Minton's.

In de herfst van 1971 ontstaan in Londen de laatste opnames van Thelonious Monk als bandleider. Solo en in trio met Al McKibbon en Art Blakey bewijst Monk hier nogmaals aan het einde van zijn carrière zijn onvergelijkbare genie. Tussen 1973 en 1976 treedt Monk nog uiterst zelden op en hij geeft zijn laatste concert op 30 juni 1976.

Thelonious Monk stierf op 17 februari 1982 ten gevolge van een hersenaandoening.

(bron: Wikipedia)
http://www.monkinstitute.org/


GERELATEERD

concertagenda
Thelonious Monk - American Composer (dvd)
Gepubliceerd op: 2010-01-04

Label: EuroartsHoewel Thelonious Monk niet direct bekend staat als componist, maar eerder als één van de top pianisten in wat destijds bop of bebop genoemd werd, heeft hij toch zo’n zeventig composities op zijn naam staan. Verschillende daarvan zijn jazz classics geworden. Zowel solo piano spelend als in een kleine groep, komt zijn muziek op het eerste geho ... »


tagTags: jazz, cd recensie | Tell a friend

AGENDA

Er zijn geen optredens gevonden in de agenda.


JOUW REACTIE