Er staat de kinderen weer een bruisend theaterseizoen van Studio 100 te wachten! Zo kunnen ze h ... »
Tags: theater, kind, persbericht |
Tell a friend
Rush keert terug met "Clockwork Angels". Het eerste studioalbum van het populaire roc ... »
Tags: rock, alternative, persbericht |
Tell a friend
Jazz in ’t Park zorgt van 6 t/m 9 september 2012 voor een fijne nazomer in Gent ... »
Tags: jazz, persbericht |
Tell a friend

Genre: folk/pop Label: Munich Release: 1 mei 2012 Sco ... »
Tags: pop, alternative, cd recensie |
Tell a friend
Twintig jaar geleden trad Laura Pausini in Nederland op als jong Italiaans meisje. In die tijd ... »
Tags: pop, concertverslag |
Tell a friend
Genre: nederpop Label: Warner Release: 3 februari 2012 ... »
Tags: nederlands, pop, cd recensie |
Tell a friend
Azure Ray is een Amerikaans popduo, bestaande uit Orenda Fink en Maria Taylor. Het duo bestaat sinds »
Roderick David (Rod) Stewart (Londen, 10 januari 1945) is een Britse rockzanger bekend om zijn rauwe »
Conor Oberst (Omaha, Nebraska, Verenigde Staten, 15 februari 1980) is een Amerikaans singer-songwrit »

Sinds ik op mijn 13e bij een les Engels van de Proms hoorde is het een aantrekkelijk idee geweest om dat eens mee te maken. Natuurlijk komt het er vervolgens meer dan 15 jaar niet van, maar afgelopen donderdag ging het dan toch gebeuren.
Wanneer het licht uitgaat duurt het niet lang totdat het duister wordt opengetrokken door het gescheur van een electrische gitaar midden op het grote witte podium, beschenen door een blauwe gloed. De andere leden van de rockformatie Electric Band staan hem snel bij in de intro van het openingsnummer, samengesteld uit verscheidene klassieke composities, wat langzaam aanzwelt totdat ook het voltallige orkest (Il Novecento) en alle hoofden van het koor Fine Fleur, ons laten kennismaken met precies wat ik hoopte te krijgen.
Ondanks het stijve gevoel wat klassieke muziek in eerste instantie zou kunnen oproepen, heerste er heel de avond een feeststemming. Wegens de aanwezigheid van veel muzikale talenten, die misschien zouden wedijveren om de aandacht of de glorie, werden alle nummers met een prettige vorm van gezelligheid gebracht, als iets wat zij allemaal samen voor ons deden, en waar onze bijdrage in werd gevraagd. Zo deint ook het koor mee op de tonen van Strauss’ An den schónen blauen donau, ondanks dat zij daar feite geen verdere bijdragen aan kunnen leveren.
Robert Groslot, de dirigent, zorgt niet alleen voor goede aanvulling op de nummers van de andere artiesten, maar weet met zijn orkest ook zeer fraaie uitvoeringen van bekende en minder bekende stukken te produceren. De ouverture uit “Abu Hassan” bezorgt tenminste mijzelf de nodige kippenvel en dat is niet alleen omdat ik de vertaling van het tekst ken, die begint met “Odi et Amo...”, maar ook omdat het hele gevoel van dit stuk zeer emotioneel wordt overgebracht.
De bruidsmars van Mendelsohn staat hiermee in schril contrast, maar is toch een leuke vondst omdat hij zelf afgelopen jaar in het huwelijksbootje is gestapt.
Kort hierna maken we kennis met Charlie Siem, die inderdaad zo virtuoos is als hij wordt aangeprezen. Alhoewel de 24-jarige muzikant niet altijd in zijn gezicht laat zien dat hij ervan geniet, doen de speelse en haast Tom&Jerry-achtige truukjes op zijn viool, duidelijk blijken dat hij zich vermaakt. Daarnaast weet hij niet alleen een overtuigende “Zomer” uit Vivaldi’s 4 seizoenen neer te zetten, maar ook aan “Johnny Is Back In Town” welke John Miles vocaal gezien voor zijn rekening neemt, weet hij met zijn viool precies de goede sfeer over te nemen om een bijpassende solo te verzorgen.
Boy George, komt al zingend met John Miles aan een piano midden in een podium omhoog. Mijn oprechte verbazing zet zich al vrij snel om in een tevreden glimlach wanneer ik bemerk dat de term ‘boy’ allang niet meer van toepassing is, voor zover dat in het verleden een passende term was. Bij lange na niet meer de jongensachtige stem die we kennen van “Do You Really Want To Hurt Me”, welke onder andere ten gehore wordt gebracht, maar nu een heuse, lage soulstem. Man George brengt Karma Kameleon enkel te gehore met getokkel van zijn gitarist, gefiedel van Charlie Siem en drie achtergrondzangeresjes. Omdat dit op een uitloper van het podium plaatsvindt, die tot midden in de zaal reikt, is dit de ideale song om het orkest even rust te geven en het publiek even het harde werk te laten doen.
Bij hoge uitzondering laat het eigenwijze Nederlandse publiek zich helaas meeslepen in de aanmoedigingen om mee te klappen en mee te zingen. Dat betekent echter niet dat ze zich bij de andere artiesten niet laat merken. Een groot aantal bezoekers heeft bij binnenkomst namelijk een fel wit lampje bemachtigt. Waar aanstekers vroeger alleen werden hooggehouden bij gevoelige nummers, om als sfeerlichtjes de zaal in een sterrennacht te doen veranderen, werden deze lichtjes in allerlei situaties ingezet. In sommige gevallen golven de lampjes in de zaal mee met de muziek, in andere gevallen worden ze op de maat van de muziek ritmisch uit- en aangedrukt. Vooral bij Tjaikovski’s “Capriccio Italien” zijn de dansende lichtjes betoverend.
Grace Jones, die zich na Boy George in een zebra-achtig kostuum komt presenteren, is mijns inziens niet helemaal geloofwaardig in haar liefkozende bewoordingen over het Rotterdamse publiek, welke in eerste instantie nog wat terughoudend is in hun enthousiasme. Hoeveel te meer worden we overdonderd door de kracht van die vrouw haar stem en haar energie. Vaak zien we geen diva’s van boven de 60 nog een heel nummer lang hoolahoopen, terwijl ze al zingend over het podium heen en weer beweegt. Respect, denk ik, niet wetend dat haar verschijning bij het zingen van La Vie En Rose van Edith Piaf die gedachte misschien weer wat af zou kunnen breken. Laten we het erop houden dat het erg gedurfd is om alleen de voorkant van een jurk te dragen, en dit pas tijdens het laatste couplet aan het publiek kenbaar te maken door zich niet meer zijdelings over het podium te bewegen, maar nu ronddraaiend haar exit te maken. Toch wint zij wat mij betreft de hoofdprijs voor de mooiste dans, wanneer zij met een halve cyborg-achtige mannequin over het podium de tanga danst en het onheilspellende “Strange” ten gehore brengt. Kunstzinnig, maar niet te moeilijk te begrijpen, vreemd maar toch niet naar.
John Miles komt voor het eerst duidelijk in de picture wanneer hij zijn wereldhit “Music” bijna aan het einde van de eerste helft niet alleen zingt maar ook afwisselend op zijn piano en zijn gitaar speelt. Omdat ik dit nummer al te vaak gehoord heb, is het magische er inmiddels een beetje af, maar toch wordt hier een epische presentatie weggezet en ik herinner me weer waarom ik dit in de eerste plaats zo’n goed nummer vond.
Na de klassieke opening na de pauze zingt hij The Show must go On van Queen. Dit is een van de populaire nummers van de avond waarbij het orkest niet volledig in het poppy karakter verloren gaat. Sterker nog, het zijn juist de strijkers en de aanvulling van het koor in het refrein die het randje van wanhoop in deze schitterende song tot volmaaktheid weten te slijpen.
John Fogerty verschijnt pas als laatste van de avond. Alhoewel ik hem niet zo goed ken, word ik wel blij van zijn oprechte enthousiasme. “Let’s Have Some Fun” zegt hij, voordat hij “Down Around The Corner” inzet. Ahoy is het hier duidelijk mee eens en swingt volop mee. “Tower of Love” en “ Rockin All over The World” doen het ook erg goed.
Als grote finale van de avond wordt met alle artiesten “Proud Mary” gezongen, gespeeld en wat diens meer zij. Een minder opzwepend einde als waar ik stiekem op hoopte, maar toch de feelgood afsluiter die de avond helemaal ‘af’ maakt.
Boy George mag dan een schatje zijn en Grace Jones een diva, al is John Fogerty een echte legende toch is Barry Hay onze held. Hij is het minst vaak op het podium aanwezig, maar wordt met het meeste gejuich, gefluit, gestamp en geklap ontvangen en na het zingen beloond.
De symphonic rock uitvoering van Radar Love is voor mij het absolute hoogtepunt van de avond, wat mij betreft kon Metallica’s S&F hier nog een voorbeeld aan nemen. Dit is ook het nummer wat het meest lang nog in mijn hoofd zou naklinken. Wanneer de laatste tonen van deze knaller zijn gespeeld, buldert het nieuwe dak bijna van de Ahoy wanneer het publiek zijn waardering hiervoor laat lijken. “Ja, lekker deuntje he?” zegt Barry quasi-nonchalant wanneer hij zich omdraait om iets richting het orkest te zeggen. “Ja”, denk ik, “lekker deuntje.”
Al met al heb ik me uitstekend vermaakt. Mijn verwachtingen zijn niet alleen vervuld, gelukkig zelfs veruit overtroffen. Ik was er ook van onder de indruk dat het geluid wel aanwezig was, maar absoluut niet te luid stond. Afgelopen donderdag zijn is niet alleen mijn jongensdroom intact gebleven, maar zijn gelukkig ook mijn trommelvliezen niet verwoest.
Klassiek ontmoet pop, rock en filmmuziek tijdens het muziekspektakel van het jaar. ... »