Zoek...
ALBUM RECENSIE
DOOR CORNÉ VAN GROENEDAAL
2015-06-16 07:00:00 • 4 min lezen

Daughn Gibson - Carnation

Label : Sub Pop Records Eindoordeel : 7,5

Josh Martin, alias Daughn Gibson, is een Amerikaanse singer/songwriter die een stormachtige ontwikkeling doormaakt. Zijn derde album Carnation dat vorige week in Nederland uitkwam is mysterieus, vaak wat donker en soms zijn de teksten wat destructief te noemen.  

Een stem die een combinatie vormt van Cave, Ferry en Sylvian. Gibson opent met ‘Bled To Death’, een donker maar ongelofelijk sfeervol nummer dat slechts een 9-tal zinnen kent; het nummer sluit af met de zin “I don’t wanna come back to life”. Kortom, de toon is gezet. De twee eerdere albums van deze Amerikaan, afkomstig uit Carlisle, Pennsylvania, werden goed ontvangen en kregen kritieken mee in de zin van experimenteel. Dat experimentele horen we ook terug op ‘Heaven You Better Come In’, een nummer dat opvalt door de vele muzikale franjes die het nummer juist ontkrachten. Gaandeweg het album ga je de warme, donkere stem van Gibson waarderen en het stemgeluid laat zich omschrijven als een combinatie van Nick Cave, het zwoele van Bryan Ferry, aangevuld met een vleugje David Sylvian. Luister naar het ingetogen ‘Daddy I Cut My Hair’ en je zult begrijpen waarom.  

Het tweede gedeelte is sterker Zo krijg je de indruk dat Gibson het eerste deel van het album nog zoekende is. Vanaf ‘A Rope Ain’t Enough’, zo halverwege het album, begint Carnation zich écht te ontvouwen. Het heerlijke uptempo ‘I Let Him Deal’ doet herinneringen aan vervlogen tijden van Roxy Music herleven waarbij Gibson met zijn stemgeluid excelleert. Ook ‘Shine Of The Night’ en ‘It Wants Everything’ (bezien vanuit de visie van een dronkaard) zijn ondanks de wat duistere teksten meer dan prima nummers die ook muzikaal de nodige variatie met zich meebrengen. Zo worden we regelmatig op strijkers en blazers getrakteerd die het geheel omlijsten en zelfs de pedal-steel wordt gebruikt om dat vleugje country-noir toe te voegen. Het album sluit geheel in de stijl en sfeer van dit album af met het uiterst introverte en onheilspellende ‘Back With The Family’.

 

Eindoordeel Elf verhalen die een boek vertellen dat lang niet altijd vrolijk en opgewekt is. Een album dat zich het beste laat omschrijven als een combinatie van singer/songwriter en indie maar wel met de toevoeging “noir”. Een album dat gaandeweg sterker wordt en waarbij vastgesteld moet worden dat Gibson over een zeer aangenaam en warm stemgeluid beschikt. Verder is het art-design prachtig vormgegeven en een mooi boekje met songteksten is bijgevoegd om al die duisternis nog eens na te lezen. Veel luisterplezier.

Deel via social media: