Zoek...
ALBUM RECENSIE
DOOR SHAZLIQUE
2016-04-17 07:00:00 • 5 min lezen

Fred Chapellier – It Never Comes Easy

Fred Chapellier – It Never Comes Easy

Label: Dixiefrog

Eindoordeel: 7,5/10

 

 

Gelijkenis

Het zij je vergeven als je nog nooit van de Franse blues-gitarist Fred Chapellier hebt gehoord. Zo op het oog lijkt ‘ie wel wat op Martin Barre van Jethro Tull en zelfs in z’n gitaarspel hoor je in de verte wel wat van hoe ook de Tull’s axeman z’n noten de wereld in slingert. Toch is Barre duidelijk een rockgitarist terwijl Chapellier een bluesman in hart en nieren is. Twintig jaar zit ‘ie alweer in het vak en leverde hij, naast het één en ander aan sessiewerk, ook al vijf verdienstelijke soloplaten af. Dit ‘It Never Comes Easy’ is z’n zesde en laat een vakman in topvorm horen; met name in de leads. Qua songs is het allemaal wat minder opzienbarend en doet het je veel en vaak denken aan de eerste, tamelijk glad geproduceerde, albums van een Robert Cray. Goede, vaak zelfs hele sterke melodielijnen, stuk voor stuk, die ontdaan zijn van vrijwel elk scherp randje waardoor de spanning onnodig lijkt te zijn opgeofferd.

 

Steriele productie, sterke songs

En dat is dan ook meteen de enige en voornaamste kritiek op dit album. Door de wat steriele productie wordt een prachtsong als ‘A Silent Room’ bijvoorbeeld domweg niet de emotionele kraker die het gewoon had moeten worden. Wat een lyriek legt Chapellier hier in z’n spel zeg en wat jammer is het dat z’n band hier niet wat meer gruizig klinkt om zijn ziel en zaligheid verder te contrasteren en kracht bij te zetten. Het had het lied tot op vrijwel eenzame hoogte getild waar de tranen en het kippenvel nu ongeveer halverwege de keel blijven steken. Datzelfde geldt ook voor een heerlijke, instrumentale jam als ‘Never Be Fooled Again’ waarin alles wat te braaf blijft klinken ondanks het vlammende spel van de meester. Had hier een Kevin Shirley achter de knoppen gezet en het dak was van het huis gegaan. Het ingetogene karakter van de productie past dan wel weer bij de late night blues die ‘I have To Go’ is en die je als luisteraar meteen vanaf de eerste nooit meezuigt naar de nachtelijke taferelen van een verlaten Franse havenstad ergens hartje zomer. Bijzonder hoe juist hier Chapellier zich inhoudt want steeds blijf je wachten op die uitbarsting van emotie die de man zo moeiteloos uit zijn snaren weet te persen. Maar die komt niet, helaas.

 

Frustrerend

Het rockende ‘Something Strange’ en het ‘Albatros’-achtige  ‘The Lap Of The Gods’ sluiten tenslotte een album af dat bol staat van de onvervulde potentie. Zoals gezegd zit ‘m dat niet zozeer in de structuur van de songs maar wel in de manier waarop ze de wereld in worden gezet. En dat is echt jammer, want Chapellier heeft met dit materiaal wel degelijk goud in handen en het is frustrerend om te denken hoe ontzettend goed deze plaat had kunnen zijn wanneer er productioneel voor een meer rauwe benadering was gekozen. Nu loopt het album de kans om over het hoofd gezien te worden binnen de stortvloed aan releases die er elke maand weer onder de blues-vlag de wereld in worden gestuurd, juist omdat er productioneel geen verschil met die releases wordt gemaakt. Dus hopelijk zoekt de Fransman voor een eventuele opvolger meer woelige baren op als het gaat om hoe die songs moeten gaan klinken. Laat onverlet dat liefhebbers van lyrische gitaarpartijen met dit ‘It Never Comes Easy’ ongenadig aan de bak kunnen en dat Chapellier duidelijk maakt dat hij een naam is om rekening mee te (blijven) houden.

 

 

Eindoordeel: 7,5/10

Deel via social media: