Zoek...
ALBUM RECENSIE
DOOR ROELOF NOORDA
2014-09-29 07:00:00 • 9 min lezen

Genesis - R-Kive

Genesis – R-kive Label: Virgin/ Universal Eindoordeel: 8,5

R-Kive, dan wel Archief in het Engels. Dat geeft aan dat Genesis een nieuw verzamelalbum in hun discografie kent. Nu is het meestal zo dat de verzamel werken niet echt interessant zijn wanneer men de hele collectie van een band in de kast heeft staan. Soms staat er een extra track op om de verkoop te stimuleren. Met dit album is het even iets anders. Veel mensen kennen Genesis als band of bijna begeleidingsband van Phil Collins. Door het solo hitsucces van Collins in de jaren 80, kreeg de band een nieuw impuls en volgde het hit succes met “I Can’t Dance”, “Invisible Touch” of het “Land of Confusion”. Allemaal leuk en aardig, al valt deze periode niet onder het beste van Genesis en zeker niet voor de echte fans van het eerste uur.

De band begon eind jaren 60. De jonge koppies, op de foto, blaken van nieuwsgierigheid wat het publiek er van zou vinden. Zanger Peter Gabriel brengt progrock act in de schijnwerpers door zijn outfits. In de slipstream van Pink Floyd weet de band al snel een eigen geluid te creëren. Dit geluid is later herkenbaar terug te vinden in the sound van Marillion en Fish. Prachtige Concept albums passeren door de jaren heen. Van ieder album staat een song op deze verzamelaar. Inclusief de lange versies van “Supper’s Ready” en “Cinema Show”. Al is het valse begin van het debuut album geen song van meegenomen. Het begint hier wanneer Steve Hackett en Phil Collins, Anthony Phillips en John Matthew vervangen. Dit gebeurde net na de release van Trespass (1970). Nursery Crime staat bekend als een van de betere progrock albums met het sublieme gitaarwerk van Steve Hackett. ‘The Lamb Lies Down On Broadway” bracht de ommekeer in de band. Peter Gabriel wilde geen compromissen sluiten en verliet de band op het punt van de doorbraak. Het bracht Phil Collins tot de zangmicrofoon, maar de sound veranderde er niet door. “A Thick of The Tail” en “Wind and Whuthering” werden prima progrock albums met “Ripples” en “Afterglow”.

Peter Gabriel startte zijn succesvolle solocarrière direct met een hit “Solbury Hill” en schuwde in zijn loopbaan niet om politieke kwesties op vinyl te zetten (“Biko”). Steve Hackett zag zijn rol veranderen en verliet de band. Zijn solo album “Voyage Of The Acolyte” werd nog ondersteund door zijn Genesis maatjes, maar blijft altijd een ondergewaardeerde gitarist. Bassist Mike Rutherford nam vervolgens ook de gitaar ter hand en “Then There Were Three…”bracht de hit ‘Follow You Follow Me”. De start van het latere Genesis successound. Om alles op de rit te krijgen nam de band 2 jaar rust. Hier nam toetsenist Tony Banks gebruik van om een solo album “A Curious Feeling” met “For A While”op te nemen. Steve Hackett leverde zijn tweede solo album met “Every Day” en men zag het succes van Gabriel groeien. Collins nam de tijd om zijn solo album gestaagd op te nemen.

Alle Genesis moed werd verzameld en het album “DUKE” met “Turn It On Again” kende een nieuw Genesis leven. Het succes had men snel te pakken. De songs kregen een Collins tintje en wanneer zijn solo album “Face Value” de gewenste mix van Genesis en Collins (“In The Air Tonight”)bracht werd het wederom spannend. Collins buit zijn solo acties uit en volgen er verschillende solo albums. De kwaliteit van de albums daalt, dat op deze compilatie afgedaan wordt met “Greatest Hit” “Easy Lover”.

Toch keert Collins Genesis niet de rug toe. “Abacab” en “Genesis” met “Mama” en “Thats All” gaf de band vleugels en de financiële vergoeding. Toch wil Rutherford en Banks laten zien dat zij de basis van Genesis zijn en niet Collins. Beide brachten solo albums uit, waar Mike & The Mechanics erg succesvol werd. “Silent Running” en “Living Years” kent Paul Young (na zijn overlijden vervangen door Owen Paul) en Paul Carrack op zang.

Het succes smaakte naar meer en de albums van Genesis krijgen een commercieel tintje “No Son Of Mine”en Hold On My Heart”) waar men veel hit publiek wint en veel oude fans verliest. Uiteindelijk realiseert de band zich dat ook en dat Collins na tig jaar een solo man is geworden die zijn belang ziet in het spelen met allerlei derden. Hij wordt vervangen door Ray Wilson en men brengt “Calling All Stations”, maar het gevoel is weg. Rutherford scoort nog een hit met “Over my Shoulder”, Hackett houdt zijn met “Nomads” bij de symphonic rock, Collins doet een “Testify” dat hij door de jaren de band heeft verknald en Tony Banks trekt zich van niemand iets aan met “Siren”.

Al deze songs staan op dit archief, dat een prachtig overzicht geeft van Genesis de band, solo en wat er aan vast hangt. Prachtige songs (behalve easy lover) die de mannen zelf eens moeten gaan beluisteren. Nu eens niet lopen klagen, ego’s opzij zetten, gewoon in een oefenhok repeteren en dan volgend jaar schitteren op ieder groot festival van de wereld. Dat is wat we willen! Leuke foto trouwens mensen 5 en anno 2014 

Deel via social media: