Zoek...
ALBUM RECENSIE
DOOR SHAZLIQUE
2015-10-18 07:00:00 • 4 min lezen

Nothing But Thieves - Nothing But Thieves

Nothing But Thieves – Nothing But Thieves

Label: Sony

Eindoordeel: 9,5/10

 

 

Mengelmoes

Het komt niet erg vaak voor dat ik een CD een keer of tien beluister voordat ik ‘m review. En dat dan niet omdat ik niet goed doorheb waar ik nu exact naar aan het luisteren ben, maar juist omdat ik echt helemaal in de ban ben geraakt van wat ik heb gehoord. Het debuutalbum van de Britse band Nothing But Thieves is de boosdoener in deze en is niet meer weg te branden geweest uit mijn speler sinds ik ‘m voor het eerst opzette. Het gezelschap timmert al vanaf 2012 aan de weg en deed dat door vooral veel op te treden en zo nu en dan eens een EP in de wereld te zetten. Het leverde hen uiteindelijk een support slot bij Muse op en dat is bepaald niet gek als je nog geen album hebt om mee te pronken. Ook de concerten die de band dit jaar in Nederland geeft waren al uitverkocht voordat dit debuut ook maar verscheen. Tijd dus om dieper in te gaan op waar deze hype toch vandaan komt en waarom deze broekies (want dat zijn het) uw recensent zo volkomen in hun greep houden.

 

Kort door de bocht

Als we NBT muzikaal moeten omschrijven dan komen we ergens op het snijvlak van Jeff Buckley (in opener ‘Excuse Me’ is het meteen raak), Bends-era Radiohead en Muse uit. In veel reviews die ik inmiddels over dit werk heb gelezen wordt de band afgedaan als weinig meer dan een Muse-kloon, maar dat is wel heel erg kort door de bocht. De falset van zanger Conor Mason lijkt namelijk in geen velden of wegen op die van Matt Bellamy en ook muzikaal gezien komt Muse duidelijk uit de Queen-hoek terwijl NBT veel meer de indie-rock uit de jaren ’90  en de dance van de ‘00’s in haar curriculum heeft staan. Natuurlijk, de productie van het album is dermate hi-tech en in your face dat ze qua sound veel weg heeft van de producties van Bellamy en consorten, maar als ik even advocaat van de duivel mag spelen: dat zijn de producties van een Rhianna en een Pink ook. Maar, en dat is wel gewoon heel eerlijk, leentjebuur spelen doet de band wel degelijk stevig. ‘If I Get High’ is puur Radiohead, net zoals het bloedstollend mooie ‘Love, Please Stay’ klinkt als iets wat Jeff Buckley op zijn ‘Grace’ had kunnen zetten (overigens waanzinnig knap wat Mason hier vocaal neerzet!). En, ja, ‘Graveyard Whistling’ had van Rhianna kunnen zijn. En misschien begint u nu te snappen waarom ik dit werk zo intrigerend vind: de artiesten die ik hier noem hebben stilistisch helemaal niets met elkaar te maken. En toch voegt NTB ze samen tot een volstrekt coherent klinkend geheel.

 

Het bijna-meesterwerk

‘Hostage’ heeft een geweldige groove en gaat ook qua invloeden alle kanten op terwijl het als song fenomenaal werkt. Mason laat hier weer enorme indruk achter vanwege de veelzijdigheid van zijn stem, die vaker dan eens volstrekt androgyn klinkt. Toen ik de single ‘Wake Up Call’ voor het eerst hoorde kon ik dan ook niet goed duiden of ik nu naar een jongen of naar een meisje zat te luisteren. In ‘Trip Switch’ horen we invloeden van Garbage terug, maar dan weer met een scheut Radiohead en (ook weer) Rhianna in het derde refrein. Geweldig nummer. Weer. En zo is het eerste half uur van deze CD dan ook volkomen foutloos. Had de band het daarbij gelaten dan had ik niets anders dan een moeiteloze 10 op de score af kunnen geven. Maar helaas redt de band de eindstreep niet geheel en al ongeschonden. ‘Drawing Pins’ is nog sterk genoeg al voelt het op dat moment een beetje als een herhaling van zetten. ‘Painkiller’ volgt hetzelfde recept, maar is als song veel minder geslaagd en bevestigt het gevoel dat de band door de variatie heen is, terwijl juist die variatie tot dan toe haar grootste kracht was. Afsluiter ‘Tempt You (Evocatio)’ is dan wel weer van ongenaakbare (R&B-achtige) schoonheid maar voelt alsof er nog meer in gezeten had en laat daardoor een wat onbevredigend gevoel achter. Je ruikt hier de potentie van een prachtige, grootse finale gewoon maar in plaats daarvan houdt de band het relatief klein en verdwijnt ze daardoor, bijna onzichtbaar, via de achterdeur.

 

Geen tien, maar toch

Dus toch maar geen tien, helaas. Er is nog een “deluxe edition” van deze plaat en daarop staan een viertal tracks die de band voorheen op EP’s had gezet. Geen van die songs haalt het niveau van het eerste halfuur en zijn dan ook met name interessant voor hen die alles van de band willen hebben. Daarin zit dus geen onbenut potentieel. Wat desondanks overblijft is een droomdebuut. Een album dat sowieso de laatste paar platen van Muse aan alle kanten overklast en wat, ondanks de duidelijke invloeden en diefstalletjes daaruit, al een heel duidelijk en volwassen eigen gezicht laat zien. En da’s bepaald niet slecht voor een paar knaapjes die de tienerjaren amper ontgroeid zijn. Of, zijn ze dat eigenlijk wel? Er is weinig informatie over te vinden. Wat wel duidelijk is dat de band de rondom haar ontstane hype voor de verandering eens volkomen waard is en dat ze, als ze op dit niveau doorgaat, nog wel eens een hele grote speler zou gaan kunnen worden binnen de internationale muziekscene. En da’s broodnodig, want de festival headliners zijn aan het uitsterven. De tijd zal leren of de band de grote belofte die ze met haar debuut maakt in de toekomst zal inlossen, maar voor nu is dit ‘Nothing But Thieves’ er eentje om in te lijsten en een album dat absoluut mijn jaarlijstje zal gaan halen.

 

Wereldplaat!

 

 

Dynamic Range Value: DR5

Eindoordeel: 9,5/10

Deel via social media: