Zoek...
ALBUM RECENSIE
DOOR
2014-10-26 07:00:00 • 11 min lezen

Richard Dawson - Nothing Important

Richard Dawson – Nothing Important

Label: V2

Eindoordeel: 7,5/10

 

 

Oerknal

Met iets dat wel wat weg heeft van een oerknal van overstuurde en dissonante gitaargeluiden opent de Britse troubadour Richard Dawson instrumentaal zijn derde langspeler ‘Nothing Important’. Het blijkt een intens werkje, gedrenkt in primal scream-achtige zanguitingen (de therapie, niet de band) en avantgardistisch gitaarspel waarin Dawson hoorbaar de krochten van zijn existentie doorploegt.

 

Buckley

Dawson wordt hier en daar vergeleken met Tim Buckley, maar dat is niet geheel en al kloppend. Als we al een plaat uit het oeuvre van Buckley moeten kiezen waar dit ‘Nothing Important’ mee te wedijveren heeft, dan is dat wel ‘Starsailor’. Maar waar Buckley zich op dat album bediende van geluidseffecten en studiotrucjes, dan bedient Dawson zich hier alleen van gitaar en stem. Het titelnummer (16 minuten lang) doet eerder denken aan het meer avantgardistische werk van Robert Wyatt en ook nummer 3, ‘The Vile Stuff’ (dik 16 minuten lang), staat in essentie niet ver van het werk van Wyatt en de meer experimentele Tom Waits af.  Opener ‘Judas Iscariot’ had dan weer iets van een jonge Robert Fripp kunnen zijn, ware het niet voor het plotse rustpunt halverwege.

 

Zang

Het is ook wat lastig om hier van “zang” te spreken want Dawson lalt, gromt, jankt en brult zijn weg door de muziek heen. Geen enkele regie lijkt op zijn expressie van toepassing en, hoe vreselijk bewonderenswaardig ook, dat je moet je als luisteraar wel kunnen trekken. In afsluiter ‘Doubting Thomas’ houdt hij weer zijn mond alsof zowel het begin van het album als het einde daarvan zonder woorden dienden te zijn. Als chaos en de reflectie op die chaos. Het is, vergeleken met de nummers die ervoor kwamen, bijna een meditatief stuk alhoewel die term op een plaat als deze wel in context gezien moet worden.

 

Labyrint

Dawson’s traditie komt eerder voort uit de jaren ‘70 Canterbury jazz en de avantgarde dan uit de folk. Die twee, in combinatie met alleen solozang en gitaar, hoor je niet echt veel, vandaar dat ‘Nothing Important’ een vrij unieke plaat is in zijn soort. Geen gemakkelijke, wel een unieke. Pas na meerdere keren spelen openbaart haar structuur zich aan je en ontdek je liedjes waar je eerst alleen maar wanorde meende te bespeuren. Het is de kracht van Dawson dat hij toch bij de eerste luisterbeurt al genoeg kruimels voor de luisteraar weet achter te laten om haar weer terug te lokken, zijn duistere, geknakte labyrint van bramenstruiken en kapotte hemelen in.

 

 

Eindoordeel: 7,5/10

Deel via social media: