Zoek...
CONCERT RECENSIE
DOOR JAN KLUPPER
2014-06-13 07:00:00 • 9 min lezen

Die Schutzbefohlenen, Elfriede Jelinek/Nicolas Stemann/Thalia Theater/Wij zijn hier – Holland Festival, 12 juni 2014

Elfriede Jelinek komt in haar romans en theaterstukken sterk naar voren als een politiek en sociaal betrokken auteur. De nobelprijswinnaar is bij het grote publiek vooral bekend van het autobiografisch getinte werk Die Klavierspielerin, in 2001 door Michael Haneke verfilmd, waarin ze al schrijvende de gemankeerde band met haar moeder verkent. Jelinek heeft onder andere theaterwetenschappen, kunstgeschiedenis en compositie gestudeerd en dat is duidelijk te merken in haar geschriften. Niet alleen in grote lijnen (Die Klavierspielerin gaat over een zeer ‘zuivere’ liefde voor schoonheid en klassieke muziek); over de gehele linie lopen de levens van haar karakters als een grillig contrapunt in elkaar over; geen wonder dat Bachs muziek een prominente plaats inneemt in deze voorstelling. Het geven van stemmen aan mensen die zijn overleden of niet meer voor zichzelf kunnen spreken. Haar ‘missie’ doet denken aan het volgende citaat van Walter Benjamin uit zijn Über den Begriff der Geschichte: “Schwerer ist es, das Gedächtnis der Namenlosen zu ehren als das der Berühmten. Dem Gedächtnis der Namenlosen ist die historische Konstruktion geweiht.“

 

Het is niet duidelijk –het is in zekere zin meer een bij- dan een hoofdzaak- of de voorstelling Die Schutzbefohlenen muzikaal theater of een theatraal muziekstuk is. De voorstelling is gebaseerd op een gebeurtenis uit 2013: de bezetting van een kerk in Wenen door een groepje ‘illegale’ vluchtelingen. Het is niet duidelijk waar deze mensen zich nu bevinden. Nicolas Stemann werkt samen met lokale vluchtelingengroepen in deze voorstelling. De asielzoekers die aanwezig waren bij de première in Mannheim kunnen niet aanwezig zijn in Nederland. Het onzekere en transitoire bestaan van deze kwetsbare groep wordt zelfs al in de samenstelling en formele structuur van het theater-/muziekstuk (‘oratorium’) duidelijk. De toneelspelers richten zich eigenlijk tijdens het gehele stuk rechtstreeks aan het publiek; een appel, een smeekbede, een aanklacht. Het publiek staat vanuit dit perspectief misschien nog wel het meeste in de aandacht. Het oorverdovende zwijgen klinkt als een bevestiging van de maatschappelijke inertie met betrekking tot de vluchtelingenproblematiek in de oren. Zelfs toen het publiek lichtelijk werd aangespoord om ‘mee te klappen’ (u weet hoe dat gaat), bleef het stil vanuit de zaal. Of zoals een van de karakters in het stuk het al verwoordde: ‘Wij zullen ons verhaal vertellen, maar u zult er niks van begrijpen.’ Het gehele werk spoort de bezoeker dus aan om het onvatbare een plaatsje in de samenleving te geven. Op meerdere niveaus is dit kritisch; het stelt de kwestie van uitsluiting en participatie aan de orde.  

  

Het stuk is gebaseerd op Hikétides van de klassieke tragicus Aeschylus. In dit werk heeft het koor (rei) niet slechts een reflecterende en becommentariërende functie, maar neemt zelf ook deel aan het plot. Het koor van Jelinek en Stemann is een ambivalente entiteit –de samenstelling ligt niet vast. Op sommige momenten verwoorden de acteurs het latente racisme van het volk (‘waarom heeft die buitenlander wel een zitplaats?’) en op andere momenten valt het ‘wij’ uit elkaar, om plaats te geven aan een schrijnende beschrijving van oorlogstijd. Die Schutzbefohlenen stelt hiermee op een subtiele wijze de vraag naar de mogelijkheid van politiek engagement van individuele kunstenaars; Jelinek is in de ik-persoon afwezig, maar komt wel ter sprake in de derde persoon enkelvoud. Een schubertesque gezang van een acteur over het ‘schrijnende lot van de vluchteling’ wordt onderbroken door een hulpvraag van een ‘echte’ vluchteling (dubbelrol; zowel op het toneel als in het dagelijkse leven spelen de leden van de vluchtelingengroep Wij zijn hier de rol van maatschappelijke outcast). De vluchteling vraagt de acteur om een dak boven zijn hoofd. ‘Daarmee kan ik u niet helpen; ik ben voor u aan het zingen! Dit doe ik voor u!’ Er wordt geen genoegen genomen met makkelijke antwoorden, vaag engagement en loze beloftes. Een parafrase: ‘Ik heb eerder al gezegd dat mijn hele familie is uitgemoord, u weet het al, het klinkt als een herhaling. Maar ik herhaal het dagelijks, ieder uur.’ Het zoetsappige liedje ‘Vrijheid kan een gevoel zijn’ eindigt in de opsluiting van de asielzoekers op het podium. Er is geen ruimte voor naïviteit en alles wordt omgeven door een flair van cynisme. Een bittere aanklacht die het leed van de verworpenen der aarde tastbaar maakt, een achtbaan van emotionele ervaringen.

Deel via social media: