Zoek...
CONCERT RECENSIE
DOOR JAN KLUPPER
2013-03-25 07:00:00 • 3 min lezen

Mathias Eick in Paradox geeft ruimte en charme aan elke compositie

Mathias Eick wordt de grootste belofte van Noorwegen genoemd als het gaat om zijn muziek. Hij is geïnspireerd door zijn omgeving en de natuur. ‘Oslo’ en ‘Biermann’ zijn daar voorbeelden van. Oslo is de plaats waar hij woont, en volgens hem the place to be in Noorwegen als het over Jazz gaat. Biermann is de naam van het huis dat hij daar huurt. Trompettist Kenny Wheeler is een van de grote voorbeelden voor Eick, wat heel goed in zijn sound te horen is. Daarnaast ook Chet Baker, Dizzy Gillespie en anderen. Deze vriendelijke Noorse instrumentalist blaast met zijn trompet een fluweelzachte, gemoedelijke klank, en weet zichzelf hierdoor goed over te brengen op zijn publiek. Daarnaast bespeelt hij andere instrumenten waaronder een keyboard. 

Het kwintet speelt vanavond in Paradox ook nummers van het nieuwe album 'Scala'. De nummers op het album zijn uitgewerkte ideeën die Eick in de loop der tijden heeft opgedaan. Ze zijn in verschillende studio's opgenomen en onder supervisie van Manfred Eicher gemixt en geproduceerd. Het vooraanstaande label ECM heeft opnieuw een kwalitatief meesterwerk afgeleverd.

Eick is onderdeel van een kwintet dat verder bestaat uit toetsenist Andreas Ulvo, bassist Audun Erlien. De bezetting van de drummers wil nog wel eens wisselen. Op het album staan de twee drummers Torstein Lofthus en Gard Nilssen vermeld. Vanavond in het uitverkochte Paradox zijn de twee drummers Pål Hausken en Andreas Bye aanwezig.  Het bijzondere van Eick's werk is dat het enerzijds vertrouwt klinkt, anderzijds een onbekende Noorse schoonheid vertoont. De omarming zit in de vroegere jazzmuziek, geïnspireerd door bijv. Kenny Wheeler, Chat Baker, Dizzy en andere pilaren uit de jazzgeschiedenis. Ook horen we pop invloeden, die verklaarbaar zijn als we bedenken dat Eick het nummer ‘Joni’ opdraagt aan Joni Mitchell en het titelnummer al jarenlang als een Sting-nummer door zijn hoofd speelt. Interessant is de ritmesectie van het kwintet dat bestaat uit twee drummers. Vergelijkbaar met een drummer met acht ledematen, of een drummende octopus. Beide drummers zitten elkaar totaal niet in de weg, en vinden voor zichzelf ruimte om maximaal te presteren ten gunste van snelheid en harmonie in de muziek. Eick gebruikt elektronica, hij neemt terplekke zijn eigen solo op en speelt deze vervolgens af. Ook de gitarist bedient zich van elektronische apparatuur, met tamelijk veel verschillende effecten. Hij speelt soms met een plectrum, maar als hij dat niet doet,  dan houdt hij deze tussen zijn tanden vast. De Lucky Luck look in de muziek. Aan de andere kant van het podium zit de toetsenist verscholen. Hij trekt bekken, maar heeft alles onder controle. Eick neemt daar soms ook plaats. Hij is tenslotte instrumentalist en niet alleen trompettist. De muziek op zichzelf is echt een aanrader. Het klinkt fluweelzacht en is vooral boeiend. Ondanks dat er toch wel is uitgegaan van een melodisch verloop, komen er verassingen naar voren. Eick weet alles uit zijn trompet te halen wat er in zit. Dit doet hij onder andere door een veelzijdige blaastechniek, en geeft daarmee veel dimensie aan de toch al gevoelige en sfeervolle composities. Eick is een vriendelijke ingetogen man, en dat brengt hij over door middel van zijn trompet. Hij praat als het ware zijn verhaal, en geeft ruimte en charme aan elke compositie die hij presenteert.  

Deel via social media: