Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2013-03-11 07:00:00 • 3 min lezen

Gert-Jan Blom: Het Metropole Orkest brengt de samenleving nog steeds bij elkaar

Wat is de geschiedenis van het Federico Garcia Lorca project? Bassist en arrangeur Niko Langenhuijzen is ooit eens in samenwerking met Frits Bayens van de NPS een flamenco-project begonnen, met teksten van Garcia Lorca. De gedichten van dichter en pianist Garcia Lorca lenen zich goed voor flamenco arrangementen. Hij had zo’n bloedend hart voor de zigeunercultuur van Andalusië.

In 1998 zijn er van een concert met het Metropole Orkest, met Spaanse solisten, opnamen gemaakt die in het archief terecht gekomen zijn, en daar zijn blijven liggen. Totdat Vince Mendoza onze chef werd. Vince heeft enorme interesse in wereldmuziek. Nadat hij is getipt over het Garcia Lorca-project, heeft hij dit met een aantal stukken gecompleteerd. En dat zijn we weer gaan spelen en hebben het op cd gezet. Dat was heel bijzonder voor die Spaanse solisten, waaronder zangeres Eva de Dios. (Dat is toch de mooiste naam die er is: Eva van God. Ze is net getrouwd) Wij staan daar niet altijd bij stil, maar dat een Nederlands orkest met alle toeters en bellen, en een danser, flamencogitaar en zangers, een Amerikaanse dirigent en arrangeur, hun muziek speelt –ja, dat maakt wel indruk. Dat er ineens vanuit die pure flamenco soep iets wordt getrokken dat zo iets nieuws oplevert. Voor een Spanjaard is dat bijzonder. Het is de muziek van het volk. Hetzelfde als een Cubaanse band de greatest hits van Willy Alberti gaat uitbrengen. 

Flamenco en jazz hebben een verbond gesloten? Ja, dat verbond is improvisatie.  Er staat voor de solisten heel weinig vast, geen bladmuziek. Dat is allemaal vanuit het hart, met kennis en gevoel. Dus zowel de flamencosolisten als de solisten van het orkest, elk vanuit hun eigen discipline zijn gewend om te improviseren. Ze zeggen gewoon: “We gaan het daar over hebben”. We gaan dit nummer spelen, en wat vast staat is dat het een begin en een eind heeft. De strijkers hebben daar lange noten, maar wat de gitaar doet, of de danser of de cajon-speler, of de saxofonist, dat hangt van het moment af. En dat vind ik de meest gelukkige factor van dit project. Dat je het terrein beheerst van twee disciplines, die op papier mijlen ver uit elkaar liggen, Noord Amerika negermuziek, blues en Zuid Spanje de flamenco en die verwantschap met de Arabische muziek. Het knappe vind ik dat Mendoza dat tot een perfect werkend geheel heeft gesmeed!

Hebben jazz en flamenco emotionele raakvlakken? Je neem nu zanger Rafael de Utrera. Elke keer als hij een lied zingt slijt hij een beetje. Komt dichter bij zijn dood. Je ziet de intense concentratie, en bezieling, alsof het zijn laatste minuten zijn. Tegenwoordig zie je veel handigheidjes en kunstjes in de muziek. Daar krijg je geen tranen of kippenvel van. Het gaat allemaal om marketing, bekend worden, BN’r worden. Maar de zuiverheid die zo’n Rafael de Utrera heeft raakt je rechtstreeks in je ziel. Je weet dat de enige reden waarom hij hier naartoe is gekomen is: om hier dat lied te zingen.

Aan de andere kant de jazzmuzikant die een blanco vel voor zich heeft voor een solo, en dan vanuit zijn tenen de mooiste noten blaast die hij maar kan verzinnen op dat moment. Gewoon gaan met lef en bezieling. Dus de emotie en intensiteit van jazz en flamenco, alhoewel het twee verschillende werelden zijn, zit toch heel dicht tegen elkaar aan. Dat zie je in dit El Viento project, en het zal je ontzettend naar de keel grijpen. Hier worden risico’s genomen, dat zie je niet elke dag. Dat is ook echt de invloed van de Spanjaarden, die zeggen: “Joh, het geeft niets als er een keer een verkeerde noot tussen zit. Er zit wel eens een noot tussen die niet klopt. Maar ik pers hem er gewoon in. Die past omdat ik het wil, zo”.

Waar bestaat het Metropole orkest uit, en welke koers gaat het varen? Het bestaat uit 52 musici , met de dirigent en de staf erbij zit het iets over de zestig. Dus als we op pad gaan is dat wel een hele toer. Het is een soort familie geworden.

Het Metropole Orkest is (nog even) in dienst van de Nederlandse Publieke Omroep. Het omroep Metropole Orkest gaat per 1 augustus 2013 stoppen. De politiek heeft ons aangemoedigd om een commerciële doorstart te maken. Dat betekent voor ons een enorme grote stap. De komende vier jaar zullen we ons bestaansrecht moeten verwerven op de markt en onszelf gedeeltelijk opnieuw uit moeten vinden.  Normaal gesproken was het zo dat het Metropole Orkest 40 weken per jaar voor de Publieke Omroep moest werken, en in de studio moest zijn. En dat de omroependiensten zoals de TROS, AVRO, NCRV, KRO dan bij ons kwamen met: “Wij willen graag met Frans Bauer in de Gelredome” of “Wij willen graag met Marco Borsato”, “Met jullie Holland festival doen”, “North Sea Jazz”. En over het algemeen werden die concerten ingevuld door de producers van de omroep.  Die bepaalden dan het repertoire, en kozen de arrangeurs en de solisten. Die taken zijn de laatste jaren veel meer bij de artistieke producers van het Metropole Orkest komen te liggen. Daarom is de discussie om het Metropole Orkest af te schaffen zo bizar. Natuurlijk is het duur en kost het subsidiegeld. Maar, kom op! We hebben één vorstelijk orkest dat alles en al het andere doet wat de 15 symfonische orkesten niet doen. En dan wil je juist dát opheffen? Daar hoef je toch geen Einstein voor te heten om te zien dat dat niet klopt. Daar hebben ze dan op het nippertje op 18 december 2012 een besluit over genomen, wat voor het Metropole Orkest gunstig is uitgevallen. Het blijft voor ons een uitdaging, want we krijgen de helft van ons geld. Dus wat moeten we doen? Op alle violen twee snaren minder? Minder werken? Het orkest de helft kleiner? Dat willen we allemaal niet. Vanaf 2017 willen we door naar de basisinfrastructuur, ook wel de BIS genoemd. Dat betekent voor ons dat we de komende vier jaar nog meer dan ooit willen laten zien wat onze reikwijdte is. Dat we educatie, cultuur, filmmuziek doen en Nederlandse artiesten begeleiden, en wereldmuziek en Jazz spelen én kunnen rocken! We zitten soms heel erg tegen klassieke muziek aan, met sommige filmmuziek bijvoorbeeld, maar echt klassiek wordt het nooit, daar hebben we ook de bezetting niet voor. Je zal ons nooit Bach, Mahler of Beethoven horen spelen. Daar zijn genoeg andere orkesten voor. die dat kunnen spelen. De uitdaging waar we voor staan de komende vier jaar is om ons in al die muzikale dialecten nog veel meer te profileren.  We hebben geen salesafdeling en PR. Dus daar moeten we ons allemaal een beetje in verdiepen. We moeten in krap zes maanden de omschakeling maken, inclusief de hele kantoorstructuur, bibliotheek en misschien dat we wel moeten verhuizen. 2 augustus begint het Metropole Orkest 2.0. We gaan minder verdienen, krijgen minder uren gegarandeerd. We zijn nu bezig met het organiseren van een Friend raising (Fund raising) op 13 maart in het Concertgebouw. Daar zijn heel veel mensen vanuit het bedrijfsleven voor uitgenodigd. Daar willen we laten zien: kijk dit zijn wij, u kent ons allemaal. Maar de boodschap is wel dat we met de miljoenen uit Den haag niet gered zijn. Als er geen sponsoring bij komt, dan gaan we het niet redden de komende vier jaar.

Wat zijn de mogelijkheden in de nieuwe commerciële opzet? Onder die publieke omroep is het nooit de bedoeling geweest dat we gingen optreden. Twee jaar geleden heeft Al Jarreau  ons uitgenodigd om op wereldtournee te gaan, maar dat kon niet. We konden niet al het werk uit de agenda kiepen, het was een omroeporkest. Maar dat wordt straks wel mogelijk, want dan zijn we onder de paraplu van de omroep vandaan. Nu willen we met de helft van het geld, niet twee snaren minder per viool, maar bijvoorbeeld wel 20 projecten per jaar ipv 40, en die dan ook meer uitspelen. Niet alles maar één keer doen. 

Als voorbeeld: we hebben een project met artiest Elvis Costello uit 2004.  Daar heb ik met hem repertoire voor uitgezocht en dat hebben we toen een paar dagen gerepeteerd en één keer gespeeld op North Sea. Twee jaar later vindt Elvis die opname ergens onder in zijn tas, en die denkt: zo dat klinkt goed! Dat is toen zijn nieuwe album geworden, op Deutsche Grammophone. (“My Flame Burns Blue”  2006)  We hebben altijd maar één kans om het goed te doen. Als je de kans krijgt om iets meerdere keren te spelen, dan krijgt het lef, dan gaat het leven. En dat is wat mij betreft nu ons doel. Laten we eens vragen of Elvis Costello tijd heeft en zin om in een maand binnen Europa tien concerten met ons te doen. Parijs, Londen, Milaan, Brussel en noem maar op. De arrangementen hebben we al, en dat geldt voor zoveel artiesten. De lijst is eindeloos, we hebben een archief van 18.000 arrangementen, die gaan we nu meer uitspelen in de zalen, naast de nieuwe projecten natuurlijk. Kortom, het zijn roerige, maar ook bijzonder spannende en opwindende tijden! Ik twijfel er niet aan dat er een toekomst is voor dit unieke orkest. Het Metropole Orkest is een internationale culturele ambassadeur voor Nederland geworden, dat heeft Den Haag zich veel te weinig gerealiseerd in haar aanvankelijke bruuske besluit om de tent bij ons te sluiten. Weet je wat mooi is: toen onze oprichter Dolf van der Linden in 1945 werd gevraagd om een Amusements orkest op te richten was dat met het doel om de verscheurde na-oorlogse Nederlandse gemeenschap weer te ‘harmoniseren’ en samen te brengen, via de radio. De Nederlandse samenleving is sindsdien natuurlijk heel erg veranderd van samenstelling, maar het orkest is zich altijd blijven openstellen voor nieuwe culturen en stijlen en heeft daarvan geleerd. Daardoor is het zo’n veelzijdig orkest, en het brengt de samenleving nog steeds bij elkaar. Persoonlijk geeft het mij vrijwel wekelijks een gevoel van nationale trots dat we Ome Dolf’s orkest nog zo mooi aan de gang hebben!   foto: Jan Visser

Deel via social media: