Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2014-09-05 07:00:00 • 6 min lezen

Interview met 'Catfish and the Bottlemen' - 3 september 2014

Catfish and the Bottlemen – Interview 3 september 2014.

“Ik wil de grootste band in de wereld worden!”

Van McCann, de naam klinkt een beetje als die van een Amerikaanse acteur in actiefilms. Het is in werkelijkheid de naam die in het paspoort staat van de frontman van de Britse band Catfish and the Bottlemen. Van is een paar weken geleden 22 jaar geworden en zanger van een band die het gaat maken, althans daar heeft het momenteel alle schijn van.

Catfish and the Bottlemen bestaat bijna 7 jaar en maakt op dit moment een geweldige vlucht naar voren door. Ze hebben twee jaar geleden getekend bij Communion Group, onderdeel van Island Records. Op 12 september a.s. komt hun eerste volwaardige album ‘The Balcony’ uit, een aantal redelijk succesvolle singles gingen daaraan vooraf in 2013. Nu is het tijd om Van McCann aan de tand te voelen over hoe het zo gekomen is.

We ontmoeten elkaar op het dakterras van de Benelux-vestiging van het platenlabel, te Amsterdam. Van is een magere jongen, sluik donker haar, met een vriendelijke lach, in een vermoeid gezicht. Ferm drukt hij mij de hand, terwijl hij zichzelf voorstelt.

Super tevreden. Zichtbaar blij is hij met een compliment over het album. Met name het feit dat ik vind dat het album groeit naarmate je er vaker naar luistert, doet zijn vermoeide ogen glimmen. “Yeah man, dat is precies wat we wilden bereiken. Een plaat die er toe doet en die je over een jaar nog steeds wil draaien”. Hij gaat verder over de strijd die hij heeft gevoerd met producer Jim Abbiss (Arctic Monkeys, Adele e.a.) om het album precies zo te krijgen als hij het hebben wilde. De liedjes zijn in de ogen van Van zijn ‘baby’s’ en als Abbiss een baby probeerde aan te kleden naar zijn eigen smaak, was dat regelmatig aanleiding voor fikse onenigheid in de studio. Toch zijn hij en de band blij met Abbiss als producer. Jim Abbiss is kieskeurig, “hij zou U2 hebben afgewezen”, maar met Catfish and the Bottlemen wilde hij graag samenwerken en uiteindelijk is het resultaat volledig naar wens, voor beide partijen. Er was geen druk van de platenmaatschappij, volledige vrijheid. Alsof het hem zelf verbaast vertelt hij dat zowel de mensen van Communion, als die van Island Records geen mannen in pakken zijn. Het zijn muziekliefhebbers, zelfs zó, dat ze regelmatig naar optredens komen, midden in de zaal gaan staan en alles meezingen.

Ze kwamen naar ons. Van is duidelijk al zeer gewend geraakt aan het geven van interviews. Hij geeft antwoord nog voor het laatste woord van de vraag is gesproken. Attent zit hij te luisteren, zijn antwoorden komen resoluut. Aansporing om een antwoord toe te lichten of wat uitvoeriger te zijn, heeft hij niet nodig, een spraakwaterval. Op de vraag hoe ze bij deze platenmaatschappij terecht zijn gekomen geeft hij terug: “Man, ze kwamen naar ons! Ze zeiden: we vinden jullie te gek en willen jullie uitbrengen”.  Weer lichten zijn ogen zichtbaar op. Aan dat uitbrengen van de plaat is wel heel veel live spelen vooraf gegaan en dat is gelukkig het liefste wat ze doen.

Seks en liefde. Ineens gaat dan alles lopen. Afgelopen zomer heeft de band op maar liefst 30 festivals in Groot Brittannië gespeeld. In november staat een, nu al uitverkochte, clubtour op het programma. Vervolgens naar Amerika en dan……..

Terug naar vragen over het album. Van is de enige in de band die teksten maakt. Hij vertelt dat hij eigenlijk nooit veel opschrijft, wel veel opneemt. Zijn idee is, dat als hijzelf de tekst niet kan onthouden, hoe kan een publiek dan meezingen? Zijn liedjes gaan in de breedste zin van het woord over relaties, vooral over relaties die frustratie, obsessie, of boosheid opleveren. Hij schaamt zich er niet voor dat ze duidelijk zijn geschreven vanuit iemand die van puber aan het opgroeien is tot jong volwassene. “Mijn liedjes gaan over seks en liefde en over de boosheid die ik steeds voel. Ik ben verschillende keren van school getrapt, maar ik doe alles voor de muziek. Nu ben ik al twee jaar met hetzelfde meisje, ik houd zielsveel van haar en daardoor worden mijn teksten ook beter. Een van de laatste die ik schreef is ‘Cocoon’, daar ben ik echt trots op”.

Op zijn gepassioneerde woorden ingaand, voeg ik toe: “Jullie maken de indruk dat jullie écht willen”. Zonder omhaal is zijn antwoord: “Ik wil de grootste band in de wereld worden!” Hij zegt het bloedserieus, een beetje verbeten zelfs. De vertaling is letterlijk, geen ‘wij’, maar ‘ik’. De andere bandleden willen dit ook, maar Van laat zich niet tegenhouden door obstakels, dus als de gitarist in de weg ligt, dan komt er een andere, zoals net na het opnemen van ‘The Balcony’ is gebeurd. Hij wilde het succes niet graag genoeg. Of Catfish and the Bottlemen over tien jaar nog in dezelfde samenstelling bestaat, dat valt dus te bezien, maar Van zelf is onstuitbaar.

De titel van de plaat komt ter sprake. Ook deze heeft Van bedacht. Hij kwam tot de ontdekking dat veel goede dingen zich hadden voltrokken op een balkon, of met een balkon in de buurt. Of de titel een diepere betekenis heeft, dat gelooft hij in eerste instantie niet. Ter plekke bedenkt hij dat hij het sowieso leuk vindt om van boven op dingen neer te kijken, of het nou zoals nu is, over een stad, of vanuit een vliegtuig over de wereld. Bij dat laatste beeld zegt hij: “met het land onder je denk je dan ineens, we kunnen het gewoon gaan maken, we gaan het gewoon doen”. Mij schiet ineens de gedachte door het hoofd dat ik vreselijk benieuwd ben naar hoe dit verhaal verder gaat. Nu zegt Van nog dat hij mij over een jaar, of over vijf jaar zeker weer te woord zal staan, graag zelfs. Die afspraak staat. Het gesprek loopt ten einde en na wat beleefdheden spoedt Van zonder dralen weg, naar het kantoor van de platenmaatschappij.

Toegift. Zoals een fijn optreden betaamt, volgt er een toegift.  Ik pak mijn spullen en besluit ook nog even naar het kantoor te lopen om me af te melden. In het Nederlands praat ik nog wat met Tamara van de platenmaatschappij. Van staat er glimlachend bij, rommelend met zijn mobieltje. Tamara pakt iets uit een doos en geeft het aan mij. “misschien vind je het leuk om deze mee te nemen? Hij komt pas 12 september uit, maar dit is ‘em”, zegt ze triomfantelijk. Ik neem het geschenk aan, het betreft, hoe kan het ook anders, ‘The Balcony’ van Catfish and the Bottlemen. "Is dat ónze cd?", roept Van ineens uit, opkijkend van zijn telefoon. “Ja”, zegt Tamara “ze zijn zojuist bezorgd”. Van krijgt ook een exemplaar en gaat zitten op de trap. Vol trots, zo blij als een kind klinken zijn woorden: “wauw, dit is de fucking eerste keer dat ik de cd zelf in mijn handen heb, this is great man”. Volkomen in beslag genomen, ontdoet hij zijn ‘baby’ van de plastic folie en pakt het schijfje uit de hoes. “Ik kan het niet geloven”. Hier zit iemand die het resultaat in handen heeft van zeven jaar keihard werken en in iets geloven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel via social media: