Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2009-06-02 07:00:00 • 3 min lezen

Junior Boys / 26 mei 2009

Junior Boys hebben een erg strakke tour met slechts enkele dagen rust waarin ze heel Europa kris kras aandoen. Ze ogen dan ook erg vermoeid, maar zijn desondanks zeer bereidwillig te praten. Vooral Jeremy Greenspan brandt na iedere vraag los, Matt Didemus is wat bescheidener en zegt zijdelings af en toe wat. Wat opvalt is hoe gewoon ze er eigenlijk uit zien voor de muziek die ze maken, maar dat maakt ze tegelijkertijd ook wel sympathiek.

Gezien de vele remixen die er van jullie muziek zijn gedaan de afgelopen tijd door artiesten als Carl Craig, maar ook de mix cd Body Language 6, had ik een wat meer house georiënteerd album verwacht. Is het wel een invloed geweest op dit laatste album?

Jeremy Greenspan: “We halen bepaalde instrumenten en ideeën uit house, maar vanaf het begin wilden we popmuziek maken. We willen zeker geen band zijn die technotracks maakt met iemand die eroverheen zingt. Veel dance waar we naar luisteren is niet echt dance in de strikte zin van het woord, maar een stuk langzamer, meer richting disco. Voor dit album luisterden we vooral naar soul en disco. De connectie die we hebben met techno is voornamelijk het gebruik van synthesizers en het repetitieve karakter wat in onze muziek ook terugkomt.”

Jullie willen popmuziek maken die niet alleen voor mensen is die al bekend zijn met elektronische muziek. ‘In the morning’ zou zo een top 40 hit kunnen zijn. Hoe zou het komen dat jullie toch alleen een select publiek bereiken?

JG: “Geen idee, goede vraag. Er zitten bepaalde aspecten in onze muziek die poppy zijn, maar ook aspecten die moeilijk kunnen zijn voor sommigen. We gebruiken vreemde geluiden en soms vreemde ideeën. Maar we sluiten ook niet echt aan bij de heersende stromingen die op dit moment populair zijn.” Is het nog wel de tijd om zowel experimenteel te kunnen zijn en tegelijkertijd hits te scoren?

JG: “Daar is het altijd een tijd voor. Neem bijvoorbeeld Japan, een van mijn favoriete bands uit de jaren 80. Als je naar ze luistert, dat was in die tijd een van de meest vreemd klinkende bands, maar tegelijkertijd waren ze ontzettend groot. Je vraagt je dan af hoe dat heeft kunnen gebeuren en hoe ze zo populair hebben kunnen zijn. Maar daar is geen antwoord op of verklaring voor.”

Is het iets wat jullie proberen te bereiken?

JG: “Dat zou geweldig zijn.”

Is het moeilijk om dat evenwicht te bereiken tussen experimenteren maar tegelijkertijd ook popmuziek maken waarmee je een groot publiek bereikt?

JG: “De geschiedenis heeft geleerd dat het mogelijk is. Als je kijkt naar the Beatles, dat is een van de meeste populaire bands ooit, terwijl ze ook hele vreemde muziek konden maken. De realiteit is dat het grote publiek veel stijlvoller en creatiever is dan mensen denken.”

Matt Didemus: “Het grote probleem met muziekmarketing tegenwoordig is dat labels veel banger zijn geld te verliezen, terwijl vroeger bands waarvan nooit de bedoeling was dat ze groot zouden worden meer kans hadden daar tussendoor te slippen.”

JG: “Het is een grote uitdaging popmuziek te maken. Een van de dingen waarom ik popmuziek leuk vind is omdat het de moeilijkste muziek is om te maken. Iedereen kan hele abstracte muziek maken, maar voor degene die interessante popmuziek kunnen maken heb ik veel respect. Daarom stellen we bij veel ideeën die we hebben de vraag of het ook wel helpt om een goed lied te maken.”

Zijn jullie heel bewust bezig met het kiezen van geluiden omdat ze misschien te apart klinken?

MD: “Een groter probleem bij ons is dat het vaak te cheesy klinkt.”

JG: “Het punt bij pop is meestal niet hoe toegankelijk een specifiek geluid klinkt, maar hoe de melodie loopt. We proberen ook zoveel mogelijk risico’s te nemen als mogelijk. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van saxofonen.”

Ik vond de saxofoon in ‘When i’m not around’ erg mooi.

MD: “Mensen hadden daar een hekel aan.”

‘Begone dull care’ klinkt een stuk minder melancholisch dan de vorige albums, gebeurde dat zo maar of hebben jullie nu de ware liefde gevonden?

JG: “Nee, mijn persoonlijk leven was tijdens het proces van dit album een stuk slechter dan bij de vorige twee. Het grappige is dat ‘Dull to pause’ en ‘Hazel’ de meest deprimerende teksten hebben die ik ooit heb geschreven. Het gebeurde toevallig zo dat de muziek wat meer ‘funky’ en vrolijk is dat mensen de teksten niet meer opmerken. Het is geen bewuste keuze geweest. De nieuwe nummers die we nu aan het schrijven zijn klinken weer een stuk melancholischer en dat is een aspect wat wel bij ons hoort. Ik wil niet dat iemand zich zorgen maakt, we zijn nog steeds zo depressief als altijd (lacht uitbundig).” Veel bands die op plaat geen drummer gebruiken doen dit live wel, zoals Kelley Polar, Hercules and Love Affair, Depeche Mode tegenwoordig en jullie ook. Wat is hier de reden achter? De visuals?

JG: “Een van de redenen is dat we vroeger geen live drummer hadden en we er zoveel klachten over kregen dat we op een gegeven moment zoiets hadden van oké hoe zou het klinken. Op onze eerste tour waren we samen met Mouse On Mars en die gebruiken ook een live drummer en zijn een ontzettend goede live band. We gebruiken voornamelijk drum computers op plaat, maar omdat we niet zo dance-achtig zijn werkt het live goed met een drummer. In de studio zitten we voornamelijk aan wat knoppen te draaien, maar als we live spelen moeten we toch een show neerzetten.”

(foto + interview: Silas de Bruijn-Fijn / Mpodia)

Deel via social media: