Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2013-02-14 07:00:00 • 4 min lezen

Marc Mommaas

 

Saxofonist Marc Mommaas (1969) komt uit een artistieke familie. Zijn moeder was opera-zangers en zijn vader een kunstschilder. Na twee Nederlandse Granny’s te hebben ontvangen (Stichting Podium Kunsten, Prins Bernard Fonds Anjer Fondsen) vertrok hij naar New York. Zijn carrière gaat daar gewoon door, en ook in Amerika behaalt hij bijzondere prijzen, zoals de William H. Borden Award, en werd de bandleider van het Global Motion Trio. Marc werkt in New York aan verschillende projecten. Reden genoeg om hem eens een paar vragen te stellen.

Je gaat het album ‘Global Motion’ opnieuw uitbrengen? Dat is niet de Global Motion cd (2003, Sunnyside records), maar Globalmotiontrio. Dat is het eerste album dat ik heb opgenomen als leider, in september 1999. Het wordt niet opnieuw uitgebracht maar opnieuw uitgegeven. Dat betekent dat de oplage die er was nu op is. Er is nog steeds vraag voor en ik ben er nog steeds heel erg blij mee. Het was een goede eerste zet als leider. 

Een ander project waar je mee bezig bent is een saxofoon solo project?  Mijn vader wilde altijd al dat ik dit ging doen, maar ik speelde graag met andere muzikanten. Ik dacht altijd: ‘Wie wil er nu solo-saxofoon horen’, dus nu is het wel spannend.  Vier jaar geleden is mijn vader overleden en een half jaar na zijn overlijden ben ik ermee begonnen. Het solo idee heeft mij wel altijd geïntegreerd.  Zo staat er een solo opnamen op globalmotiontrio genaamd “preview”, en twee solo opnames op mijn duo CD “Balance” (2005, Sunnyside records) genaamd Solo No. 1 en Solo No. 2. Ik heb veel naar de eerste opnamen geluisterd en vanuit dit perspectief heb ik nieuwe fragmenten, nieuwe beelden en concepten bedacht. Twee jaar later heb ik de slot opname gemaakt. Komende drie weken ga ik op tour, en dan tijdens de ritten in de auto luister ik er naar. Daarna ga ik de studio in om te mixen, en dan komt er een mooie cd uit. Het zal over een paar maanden uitkomen. De composities zijn gebaseerd op een aantal principes, twee van mijn meest favorite schilders: Kazimir Malevich en Wassily Kandinsky, en drie componisten: Bach, Bartok en Alfred Schnittke. De laatste is minder bekend maar heeft fantastische strijkerskwartetten geschreven. En natuurlijk mijn vader. Het is een echte uitdaging. Een saxofoon is een linear instrument. Dat betekent dat je in principe één noot tegelijk kan spelen. Met een piano heb je gelijk een hele ritmesectie onder je vingers. Ik ben geen fan van overdubben en ik wou er tevens geen kermis muziek van maken. Bij mij begon het muntje te vallen toen ik mij meer ging oriënteren op de cello suites van Bach. Vanaf dat moment wist ik wat mij te doen stond. Je gaat ook nog iets met balladen doen, met Hebert en Hess? Voor Juni staat in the planning een “Ballads project”, geïnspireerd door een aantal concerten die ik heb gedaan met Nikolaj Hess op het Kopenhaagse festival in 2011 en 2012. De concerten waren duo, en we speelden uitsluitend ballads. Het was fantastisch. Dat was voor mij voor het eerst en het voelde zo goed dat we besloten er een project van te maken. Voor de opnamen voeg ik John Hebert toe aan de mix, de originele opstelling van Global Motion. John Hebert is een maatje van me in NYC, en fantastisch bassist onder ander bekend door zijn werk met Fred Hersch en Andrew Hill. Het voelt een beetje als een reünie.  Daarnaast ben ik ook nog bezig met vijf suites. Dat doe ik met mijn gitaarproject ‘Landmarc’. Op de CD staan drie gitaristen, drums en saxofoon. Dat is anderhalf jaar gelden uitgekomen, en daar ben ik tevens mee op tournee gegaan.  In combinatie met die band, Global Motion en een klassiek strijkerquartet komt er een nieuw project. En daar ben ik nu voor aan het schrijven.  Eind van het jaar ga ik daarmee aan de slag.  Dat wordt een grote productie.   Hoe ben jij in Amerika terechtgekomen? Met het vliegtuig. De muziek was de motivatie om daar naartoe te gaan. Ik voel me hier thuis met alle maatjes, de bands en de projecten. Toen ik opgroeide dacht ik niet dat ik ooit in New York zou gaan wonen.  Het is hier heel anders. Een veel grotere scene.  Wanneer kom jezelf weer naar Nederland? Voorlopig heb ik voor NL niets in de planning staan, maar daar kan natuurlijk verandering in komen. Voor het volgende jaar heb ik wel wat ideeën. Eigenlijk zou ik graag een solo-tour willen doen.  Een recensent schrijft dat jou muziek te vergelijken is met Joe Lovano en Michael Brecker. Vindt jij dat ook? Niet echt, nee. Je kan Brecker ook niet vergelijken met Joe Lovano. Dat zijn twee verschillende werelden. Ik ben beïnvloed door alle goede saxofonisten. Van Wayne Shorter, Stan Getz tot Ben Webster, Joe Lovano, Joe Henderson, al die groten. Als er iemand echter echt grote invloed op me heeft gehad, dan is het sopraan en tenor saxofonist David Liebman. Ik heb daar tevens  les van gehad. Dave Holland met Kenny Wheeler. Is dat een beetje de sound die ik hoor bij jou? Ja ik denk het wel ja. Dave Holland is ook bezig met ritmische variatie. Je kan die vergelijking wel maken. Vooral met die Global Motion cd van mij. Maar nu is mijn muziek weer verder doorontwikkeld, en heeft weinig te maken met Dave Holland. De Global Motion CD is al weer bijna tien jaar geleden opgenomen. En Kenny Wheeler vind ik wel een heel mooie vergelijking. Die heeft poëzie in zijn muziek. Ik speel veel met Tony Moreno, en die heeft veel met Wheeler gespeeld. En hij speelt ook enkele stukken van Wheeler in zijn kwartet.

Deel via social media: