Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2011-10-03 07:00:00 • 11 min lezen

Rosa Ensemble

Het Rosa Ensemble is behoorlijk productief. In deze maand is er een heruitgave van hun album ‘The Blind Spot’ (voor het eerst uitgegeven in 2006) uitgekomen en onlangs schitterden ze op de Gaudeamus Muziekweek in Utrecht met hun nieuwe voorstelling Götterfunken. Ik sprak met Wilbert Bulsink, de componist van Götterfunken en met Daniel Cross, de artistiek leider van het Rosa Ensemble over de drijfveren achter deze voorstelling en over de verhouding tussen klassieke muziek en popmuziek. “Als we het op Lowlands zouden spelen, zou iedereen het gaaf vinden, daar ben ik van overtuigd.”

Wat willen jullie precies zeggen met jullie nieuwe voorstelling (Götterfunken)? Wilbert: Vorig jaar rond deze tijd ben ik samen met een vriend van mij met de fiets naar Istanbul gereden. We zijn onder andere door Noorwegen, Wit-Rusland, Baltische Staten en Bulgarije gereden en hebben uiteindelijk 9000 kilometer afgelegd. Tijdens de reis hebben we een dagboek bijgehouden en een vriend heeft hier tekeningen van gemaakt. Wat wij tijdens deze tocht hebben meegemaakt, geeft ons ook een andere blik op Nederland. Dit is de directe aanleiding voor deze voorstelling, maar het zit een beetje dieper. Hier zit natuurlijk ook een bepaalde politieke lading in.

Daniel: Rosa Ensemble probeert muziek te maken die niet voor de hand liggend is. Continu een ander pad inslaan dan je verwacht, zodat je jouw oren spitst. Je gaat nog beter je zintuigen gebruiken. Als je bang bent voor vreemde dingen, dan sluit je je af. Wees niet bang voor de buurman, maar geef hem eens een hand en ga koffie met hem drinken. Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen. Wilders heeft helemaal niks met de islam, dat is puur populisme. Wij zeggen: probeer daar niet in te trappen.

Wilbert: We zijn langs de oostgrens van de EU gefietst. Mensen denken dan: niet doen. Wij zijn daarentegen overal hartelijk ontvangen. Zodra je een rugzak op doet en gaat reizen, kom je erachter dat de verschillen veel kleiner zijn. Als je in een fort blijft dan intimideert de buitenwereld steeds meer. Onderweg konden we soms niet in een gemeenschappelijke taal communiceren, maar we konden wel bepaalde gedachtes overbrengen met handen en voeten. Daniel: Muziek is ook een communicatiemiddel. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre muziek ‘politiek’ kan zijn of gedachtes concreet tot uiting kan brengen. Van moralisme word je chagrijnig, van pure esthetiek en moralisme word je echter ook chagrijnig. Onze muziek is een synthese tussen Brahms en Liszt met een vleugje Radiohead en ergens een mooie vrouw erin. Het Rosa Ensemble is de groep bij uitstek om deze gedachte uit te dragen; er heerst een hele vrije sfeer op de repetities. Bepaalde dogma’s worden steeds over boord gezet.

Zouden jullie deze muziek als postmodern willen beschrijven? Wilbert: Vaak komt ‘postmodern’ mij als afstandelijk over. Als iets dat collagetechnieken gebruikt maar niet met de kern van de zaken omgaat; iets waar de ziel niet in zit. We zijn in feite altijd op zoek naar essentie. Maar we komen er niet onderuit dat we hierbij horen. Wij maken in zekere zin ook gebruik van historische stijlcitaten.

Daniel: Het is natuurlijk erg arrogant om over ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur te spreken; hier maken wij ook geen onderscheid tussen. Wij hebben ook niet de gepaste afstand om onszelf ‘postmodern’ te noemen, omdat deze term nog vrij jong is.

Pop en klassieke muziek samen genomen, hoe kun je het gevaar van platvloersheid ontwijken en op zoek gaan naar de essentie der dingen? Daniel: Waarom we theoretisch gezien die dingen combineren, is omdat de compositorische kracht van de (hedendaagse) klassieke muziek heel interessant is; omdat het al veel dogma’s opzij zet. Bij de popmuziek is dat erg omlijnd, maar bij popmuziek heb je onmiddellijk contact met het publiek; het is populaire cultuur. We proberen die culturen bij elkaar te krijgen; het communicatieve van de popmuziek (rookmachine, internet, etc.) samen met de innovatieve krachten uit de hedendaagse muziek. Het gaat om het onverwachte. Ze zijn nét in een andere maatsoort geschreven, ze klinken nét iets anders. Liedjes van het Rosa Ensemble prikkelen.

Trekken jullie popliefhebbers? Daniel: Niet zo heel veel. Maar dit heeft niet zo veel met het project te maken, maar meer met marketing. Als we het op Lowlands zouden spelen, zou iedereen het te gek vinden, daar ben ik van overtuigd.

Wilbert: Vrienden van mij vinden het vaak fantastisch, maar hebben problemen met de snobistische aspecten ervan. Het is het imago en niet de muziek zelf.

Vertel eens iets meer over het ontstaan van het Rosa Ensemble.

Daniel: Het is ontstaan uit vijf musici, waarvan ik nu nog de enige ben. We zaten met piano, slagwerk, harp, viool en saxofoon. Daar was precies één stuk voor geschreven – ‘I’ve Never Seen A Straight Banana’. Dus daar begonnen we mee en voor Karlijn -die deed toen eindexamen – hebben we een heel programma ingestudeerd met stukken van Berio, Andriessen, etc. Dat was zo’n succes dat we zoiets hadden van, hier gaan we mee door! De directeur van het conservatorium gaf aan dat zo’n geweldig optreden maar een paar keer voor kwam. Toen zijn we onmiddellijk op zoek gegaan naar nieuwe muziek. We konden zelf aan de gang gaan, dan heb je er meer controle over. Maar we konden ook bij andere componisten aankloppen. Dan kom je ideeën tegen waarop je normaal gesproken nooit op gekomen zou zijn. De traditionele vormen van klassieke muziek stonden ons erg tegen.

Is de sfeer op de repetities dan ook heel open? Daniel: Ja, dat is ook heel leuk. Het is vermoeiend en oncomfortabel, maar iedereen heeft zeker wel verstand van zaken. Uiteindelijk moeten er beslissingen vallen. Het is niet de taak van mij om altijd de definitieve beslissing te nemen. Af en toe roept hij iets waarvan ik denk dat het goed is. Je hoeft niet meteen het lekkerste aan het begin van het diner te geven. Het zijn uiteindelijk ongelooflijk getalenteerde types. Niemand in Nederland speelt zo zoals onze contrabassist. En onze gitarist is harstikke maf, maar hij speelt ontzettend goed.

Hoe zijn jullie bij de andere disciplines uit gekomen? Wilbert: Dat heeft dezelfde reden als bij de popmuziek. Zodra je andere disciplines er bij haalt, moet je als maker de discussie aangaan met de andere maker. Hopelijk ontstaat daardoor een gemeenschappelijke taal. Het publiek gaat iets zien wat ze nog niet eerder gezien hebben.

Jullie zijn dus op zoek naar een overstijging van de werkelijkheid, maar dat leidt al snel tot blind idealisme. En blind idealisme weer naar dogmatiek; hoe willen jullie dat voorkomen? Wilbert: Dan moet je mensen hebben die heel kritisch zijn. Er moet gezegd kunnen worden: ‘wat een onzin, zo is het veel mooier’.

Daniel: De balans tussen idealisme en realisme wordt wel altijd in goede conditie gehouden. We stellen onszelf wel concrete doelen, het is een ‘work in progress’.

De grens tussen genialiteit en krankzinnigheid is altijd vrij onduidelijk, zegt men. Hoe houd je zo’n groep in het gareel? Daniel: Een goede lunch. En natuurlijk ook een hoop discipline. Uiteindelijk moet je niet bang zijn om knopen door te hakken. Af en toe moet je ook met iets minder tevreden zijn.

Wat zou het stuk zijn dat gespeeld zou kunnen worden op de metaforische begrafenis van het Rosa Ensemble, verder in de toekomst? Daniel: ‘Life is beautiful’, afkomstig uit de ‘Anticantate’. Het is een soort van gemankeerde Bolero; een herhalend principe met wankelende ritmiek en het wordt steeds groter en groter. Ook steeds wranger. Maar het blijft positief. Wij hebben de verplichting om positief te blijven natuurlijk ook een beetje, haha.

Deel via social media: