Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2011-10-13 07:00:00 • 8 min lezen

Ruben Hein

Er zijn muzikanten die zich geheel laten leiden door roem, avontuurlijke gigs in het buitenland en natuurlijk, geld. Muziek is voor hen een middel om deze doelen te bereiken. Voor Ruben Hein is muziek zelf het doel, een passie die zich niet laat doven. Dat zijn passie voor muziek leidde tot het hitje ‘Elephant’ is natuurlijk geweldig. Maar zomaar een hitje maken, nee, jazzmuzikant Ruben Hein is meer dan dat.  Wanneer ik Ruben spreek, is hij net terug van een leerzaam werkweekje door Amerika. Daar is hij met zijn – naar eigen zeggen – gehuurde Shrek op wielen langs de kust van Californië gereden om verschillende mensen uit de Amerikaanse muziekbusiness te ontmoeten.  “In LA zijn er gewoon crews die liedjes schrijven als core business, daar verdienen zij hun geld mee. De commercialisering van muziek, met lades vol truukjes om een hit te kweken. Ik weet nog niet of ik dat nou knap of juist raar vind. Het is in ieder geval anders dan hoe ik werk, ik wil iets maken wat ik heel erg tof vind en wat ik met plezier speel.” Je bent begonnen als jazzpianist en hebt daar ook een opleiding voor gevolgd aan het Conservatorium. De zang is er toevallig bij gekomen. Vanuit welke invalshoek benader je muziek?  “Ik ben een pianist en begin vaak met harmonieën. Daar werd ik op een gegeven moment gek van, want je loopt het risico steeds dezelfde liedjes te schrijven. Het is voor mij nu dan ook een uitdaging om vanuit andere invalshoeken te kijken, als bijvoorbeeld zanger, drummer of gitarist. Ik wil niet in herhaling treden.”  Ook een manier om dat te doen is door je te laten inspireren door medemuzikanten.  “In het begin dacht ik dat ik alles zelf moest doen. Maar waarom zou ik? Ik vind het hartstikke leuk om met anderen samen te werken en het levert leuke dingen op. Het hoeft niet per sé voor mijn eigen plaat te zijn, ik vind het ook leuk om voor anderen iets te doen. Ik ben gewoon een echt mensenmens.” Van het wollige woord mensenmens gaan niet alleen mijn haren, maar ook die van Ruben overeind staan. Zijn originele woordkeuze prikkelt mijn interesse naar zijn schrijfvaardigheden.  De muziek op je debuutalbum ‘Loose Fit’ heb je bijna geheel zelf geschreven, maar de songteksten zijn door anderen geschreven.  “Ik vind het een uitdaging om de teksten voor mijn volgende plaat zelf te schrijven, dat heb ik nooit eerder gedaan. Ik leg alleen een erg hoge lat voor mezelf, ik wil gelijk een hyperintelligente tekst schrijven. Maar laat ik eerst beginnen bij ‘Mieke heeft een lammetje’ om mijzelf daarna verder te ontwikkelen.”  Voel je ook de behoefte om juist het omgekeerde te doen: jazz-nummers maken zonder woorden, zonder vocalen?  “Ik heb wel ideeën, ja. Ik ben blij dat ik kan zingen, maar dat betekent – net zoals piano spelen – niet dat ik dat mijn hele leven ga doen. Ik speel nog regelmatig in ‘De Kring’ jazz-jazz. Gewoon, omdat ik dat erg leuk vind. Tegelijkertijd vind ik het erg leuk om te spelen met mijn eigen band. Ik heb de mazzel dat het opgepikt is en er andere mensen zijn die het leuk vinden wat ik doe. Dat geeft mij de ruimte te doen wat ik leuk vind. En de volgende keer is dat misschien inderdaad een jazzplaat zonder zang.” Zijn er dingen die je bij je nieuwe plaat zou willen proberen maar die je, vanwege je perfectionisme, nog niet aan de buitenwereld toont?  “Het lijkt mij leuk om iets heel vooruitstrevends te maken, zoals James Blake en Bon Iver. Ik had nooit eerder zoiets als hun muziek gehoord, maar misschien ben ik ook een langzame luisteraar. Ik weet niet of ik in staat ben zo’n plaat te maken, maar ik denk dat het allerbelangrijkste is dat je jezelf wilt vernieuwen. En dat wil ik. Mijn volgende plaat moet nieuw en beter zijn dan ‘Loose Fit’, maar het moet tegelijkertijd passen binnen de context van wat ik als muzikant al heb gedaan. Ik wil dat mijn 2e plaat een fucking goede plaat wordt, waarbij ik niet in herhaling val. Het lijkt me geweldig om, zoals Bon Iver en James Blake, een signature sound te creëren.”  Heb je het gevoel dat jij een signature sound hebt?  “Nee, ik heb niet het gevoel dat ik die signature sound al heb. Een band als Coldplay, die heeft echt een signature sound. Je herkent hun muziek van ver. Het lijkt mij heel gaaf om zoiets te bereiken. Maar hoe ik dat ga bereiken, weet ik niet.” Als je nu dan terugkijkt op je album Loose Fit… “Dan ben ik erg blij met het album, maar ik zou het nu wel anders doen. Ik wil de ideeën die ik op ‘Loose Fit’ had, verder uitdiepen. Ik wil meer diepte in de plaat geven, het hoeft geen allemansplaat te zijn. ‘Loose Fit’ was best vol, met strijkers en blazers. Ik denk dat je hetzelfde kunt bereiken met minder. Uitgesprokenere muziek met ballen dat meer naar mezelf is gericht, als een soort kijkdoos. Ik kan me voorstellen dat mijn nieuwe plaat minder mensen tevreden gaat stellen.” Je luistert graag naar James Blake, Bon Iver en Radiohead. Voel je zelf de behoefte om met elektronica te experimenteren? “Ik sluit het niet uit, maar ik ben geen house-act. Ik ben opgegroeid met instrumenten, dus dat zal ik altijd blijven gebruiken. Maar ik schuw elektronica niet, op het moment dat je dingen gaat schuwen, sluit je jezelf af en beperk je jezelf in je mogelijkheden. Ik ben jong en ik wil meegaan met wat er nu gebeurt. Dus ja, wie weet.” Je bevindt je nu in een fase van twijfel over het vormgeven van je nieuwe plaat. Is dit proces vergelijkbaar met de moeilijke fase waar je je bij het maken van ‘Loose Fit’ in bevond?  “Ja, ik zit nog steeds regelmatig achter de piano met in mijn achterhoofd ‘wat ik nu ga maken, moet een nieuwe hit zijn.’ Door de druk die ik op mezelf leg, zet ik mezelf wel eens op slot. Maar als er dan iets goed uitkomt, ben ik erg blij. Daar doe ik het voor. Ik vind het ook altijd lastig om dingen af te maken. Alles moet uit mezelf komen, ik heb wel mensen die mij helpen maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Ik schrijf geen liedje in vijf minuten. Het is gewoon werken, er voor gaan zitten en kritisch zijn. Het komt heel vaak voor dat ik pleuris chagrijnig de dag afsluit omdat ik niet bereikt heb wat ik wilde bereiken. Maar soms bereik ik dat ook wel en die momenten maken het zo leuk.” En als je optreedt, welke momenten vind jij dan het meest memorabel? “Het moment dat ik in die focus zit, dat ik totaal met de muziek bezig ben. Dat lukt niet altijd, soms gaat er iets mis met het geluid of gebeurt er iets geks in de zaal. Maar die focus vind ik erg prettig. En ik vind het tof als ik mijn medemuzikanten met een grijns op het podium zie staan. Dan zijn we lekker bezig en dat ziet en voelt het publiek ook. Dat alles geeft mij een heel prettig en voldaan gevoel; we hebben iets goeds neergezet.”  Je kunt Ruben Hein live bewonderen! Ruben Hein met Jonathan Jeremiah en het Metropole orkest 12-10 Carré, Amsterdam Club tour 27-10 Tivoli, Utrecht
 29-10 Paard van Troje, Den Haag
 05-11 Melkweg, Amsterdam
 25-11 W2, Den Bosch
 02-12 Simplon, Groningen

Deel via social media: