Zoek...
INTERVIEW
DOOR JAN KLUPPER
2012-02-06 07:00:00 • 4 min lezen

Tindersticks

Tindersticks braken in 1993 door met hun titelloze debuutalbum. Door critici bejubeld en door het prestigieuze muziekblad Melody Maker verkozen tot album van het jaar, werd de basis gelegd voor een geheel eigenzinnig oeuvre van melancholische chamberpop. Op 21 februari komt alweer de negende cd van Tindersticks uit getiteld The Something Rain. Op 11 maart treden ze op in de Melkweg in Amsterdam. Tijd dus voor een interview met David Boulter, de bassist, oprichter en mede-componist van deze enigmatische band. Door wie of wat zijn jullie geïnspireerd tijdens het maken van deze nieuwe cd? Er was enige minimalistische muziek waar we naar luisterden. Arvo Pärt is een goed voorbeeld van iets waar we recentelijk veel naar geluisterd hebben en wat ons enigszins geïnspireerd heeft maar de cd gaat voornamelijk over ons leven op dit moment. We hebben het in een jaar opgenomen. We zijn begonnen in 2010 en geëindigd afgelopen zomer 2011. We hebben het in verschillende perioden opgenomen, wanneer we maar de mogelijkheid hadden om bij elkaar te komen. Hoe is de sound van de nieuwe cd tot stand gekomen? Er zijn verschillende manieren om Tindersticksmuziek te maken. Normaal gesproken begint Stuart op akoestisch gitaar of ik op een keyboard. Deze keer zijn we echter een aantal oude instrumenten gaan kopen zoals drummachines en oude orgels en zijn daarvandaan begonnen. In een soort jamsessie hebben we verschillende sounds geprobeerd en vandaar uit is het geëvolueerd. Verder is de muziek dit keer meer ontstaan uit een elektronische, ritmische sound dan echt ‘songbased’. Dit is niet compleet anders van hoe we normaal werken maar meestal starten we hiermee in de demofase en laten we het daarna los. Dit keer hebben we de essentie van de demo’s behouden en hierop voortgebouwd in plaats van totaal herschreven. Wat kun je vertellen over ieders input op de nieuwe cd? We werken allemaal samen, niemand heeft echt een vaste taak. Stuart en ik zijn een paar weekenden samen gekomen om ideeën uit te wisselen en vervolgens zijn waar nodig ook de overige muzikanten ten tonele verschenen. Dan McKinna de bassist kwam bijvoorbeeld een lang weekend en daar zijn ook weer wat liedjes uit ontstaan. Come inside, de laatste track is vrijwel volledig Dan. Hij kwam, speelde het liedje, eerst op piano en daarna de orgel, en bouwde het verder uit. Ik heb eigenlijk alleen de bellen op het laatst er nog aan toegevoegd. Ik heb op het internet gelezen dat jullie voor deze cd in totaal twintig nummers hebben opgenomen. Klopt dat? Er waren ongeveer twintig ideeën voor liedjes. Met vier zijn we al vrij snel gestopt maar we hebben er zestien in totaal opgenomen. Sommigen hiervan zullen nog wel gebruikt worden, anderen niet. Oorspronkelijk wilde we een lang album maken zoals onze eerste albums, misschien zelfs een dubbel cd, maar langzaam maar zeker kwam het besef dat het album compleet was met de negen songs die uiteindelijk zijn overgebleven. We hopen een EP uit te brengen rond dezelfde tijd als het album waar we sommige van deze tracks op zullen zetten. Is het als band mogelijk om écht vernieuwende muziek te maken of is alles al eens gedaan? Je zou het idee hebben dat alles al wel eens gedaan is maar ik kan nog steeds verrast worden.  Ik vind nog steeds dingen die me vers in de oren klinken en ik zie nog steeds jonge muzikanten muziek maken die mogelijk wel refereren aan muziek uit het verleden maar desondanks absoluut nieuw klinken. Ik denk niet dat het mogelijk is om iets compleet nieuws te maken maar er zijn muzikanten die me weten te interesseren en dat is het belangrijkste denk ik. Welke nieuwe artiesten vind je interessant? Er zijn een aantal singer-songwriters die ik erg kan waarderen. Laura Gibson is een voorbeeld van iemand die erg mooie muziek maakt. Ze is weliswaar niet compleet nieuw maar ik vind haar laatste album erg mooi.

foto: Christophe Agou

Deel via social media: