Zoek...
PERSBERICHTEN
DOOR SHAZLIQUE
2016-04-22 07:00:00 • 8 min lezen

In Memoriam: Prince Rogers Nelson (1958-2016)

Het bericht bereikte me vanaf twee kanten, bijna tegelijkertijd. Ik weet nog hoe ik naar mijn telefoon keek en me afvroeg waar dit soort onzin vandaan kwam. “Hoe bedoel je, Prince is dood?”. Natuurlijk was Prince niet dood! Die tourde door Amerika met z’n “Piano & A Microphone” tour die ons Europeanen kort daarvoor nog plots door de neus was geboord toen de hel losbrak in de Parijse concertzaal Batachlan. Prince was springlevend! Er zou mogelijk nog een derde deel komen in z’n ‘HitnRun’-serie en ook waren er plannen voor een live-album. En natuurlijk zou die afgezegde Europese tournee alsnog moeten plaatsvinden. En die beloofde deluxe editie van Purple Rain. En z’n memoires. Prince had helemaal geen tijd om dood te gaan. Die had nog veel te veel te doen!

 

Maar de berichten bleken wel waar. Ergens in de vroege ochtend van donderdag 21 april 2016 was Prince Rogers Nelson, the purple Yoda, op 57-jarige leeftijd in een lift in z’n eigen Paisley Park ter aarde gestort en niet meer opgestaan. Een eerloze dood voor het icoon dat zes dagen daarvoor nog de Fox Arena in Atlanta tot in het diepst van haar voegen had laten trillen van de bezieling. Zoals hij dat zo veel en zo vaak had gedaan, overal ter wereld. De voorraad hitsingles was dan misschien decennia geleden al opgedroogd, maar iedereen wist dat een Prince-concert standaard garant stond voor entertainment op het werkelijk allerhoogste niveau. En dus verkocht hij elke zaal in no-time uit. Stadions of clubs, net waar de superster zin in had. Het was die eigenzinnigheid die hem maakte tot wie en wat hij was en waarvoor de fans hem in even zo grote mate aanbaden als verketterden. Prince deed niet aan de verwachtingen van anderen. Hij had een eigen lat.

 

Het was die lat die maakte dat hij één van de eerste grote artiesten was die zich openlijk verzette tegen de toenemende behoefte aan invloed door de platenmaatschappijen op de artisticiteit van hun acts. Dat verzet kostte hem weliswaar de hitlijsten (en zijn contract), maar bracht de man wel op wellicht het meest interessante en eclectische pad van zijn carrière. Hij was de eerste die een betaalde “on demand” online service lanceerde (The NPG Music Club) die fans niet alleen toegang gaf tot exclusieve voorverkoop op concerttickets, maar waarop hij ook te pas en te onpas nieuwe of onuitgebrachte nummers voorbij liet komen. Dit was in 2001, ruim zes jaar voor Spotify het levenslicht zag en ruim 10 jaar voordat de praktijk van pre-sale voor concerten gemeengoed werd. Daarnaast startte hij een mail-order dienst via welke leden van de NPGMC CD’s met exclusief Prince-materiaal konden bestellen. Ook die praktijk werd enkele jaren later pas breder door andere artiesten overgenomen.

 

En dan hebben we het nog niet eens over de muziek uit die tijd. Het album ‘The Rainbow Children’ uit 2001 is een modern meesterwerk waarin jazz, soul en funk creatief tot een bruisend geheel worden gesmeed en waarin de volle breedte van Prince zijn talent tot z’n recht komt. En tevens een plaat die menigeen nog nooit gehoord zal hebben. Dat geldt ook voor albums als ‘Lotusflow3r’, ‘3121’ en ‘Art Official Age’. Gevieren lijken ze in niets op elkaar en toch had niemand anders dan Prince ze kunnen maken. Prince was niet zozeer een muzikant, hij was een sound. Een manier van doen.

 

Bovenal was de Minneapolis Midget echter een rusteloze ziel die snel verveeld raakte. Hij kondigde talloze albums aan, gaf de tracklisting daarvan vrij en deponeerde vervolgens het geheel onuitgebracht in z’n mythische vault omdat hij blijkbaar zijn zinnen alweer op iets anders had gezet. Hij gaf singles eenmalig vrij aan radiostations en trok ze vervolgens, na één keer draaien, net zo hard weer in. Hij kondigde concerten aan die vervolgens niet plaatsvonden en liet concerten plaatsvinden die hij niet aankondigde. Hij maakte complete films die nooit werden vertoond, verketterde het internet en startte toen een Twitter-account en gedurende een tour kon het ene concert een uurtje duren en het volgende vier. Exclusief afterparty, als hij daar zin in had. Hij hield zijn bandleden voortdurend op de puntjes van hun tenen, met setlists die vaak minuten voor aanvang van het betreffende concert pas (semi-) definitief werden samengesteld uit de meer dan 300 songs die ze voor de tour hadden moeten instuderen. Niets stond vast bij Prince behalve dat er niets vast stond. Dat maakte zijn optredens ook zo spannend, intens en ronduit vers. Misschien, nee, wel zeker, de beste live-act op aarde. Tot aan z’n laatste snik.

 

Over de hele wereld rouwen bekendheden en liefhebbers om het zo plotse heengaan van dit unieke talent. Speculatie over het “waarom” is er ook al voldoende en in die zin heeft Prince de media zelfs voorbij het graf nog precies waar hij ze hebben wil: in onwetendheid. Waar het iedereen om Prince ging, ging het Prince zelf enkel om de muziek. Hij componeerde voortdurend, was autodidact op vrijwel elk instrument, had een stembereik van vijf octaven en was een meester op z’n gitaar. Met name dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Het was echter niet voor niets dat toen een journalist ooit aan Eric Clapton vroeg hoe het voelde om de beste gitarist te wereld te zijn, Clapton antwoordde: “dat moet je aan Prince vragen”. Maar daartoe gaf Prince de pers nooit de kans. Ronduit mediaschuw gaf hij slechts sporadisch interviews die meer vragen opriepen dan ze beantwoordden. Nee, Prince was liever in z’n eigen wereld. Op de spontane party’s die hij te elfder ure organiseerde in Paisley Park, onverwacht opduikend bij concerten van lokale bands of megasterren of “gewoon” op z’n eigen podium. Altijd jammend met steeds weer andere muzikanten. Muziek ademend, muziek levend, muziek scheppend.

 

Prince geloofde in de Illuminati. Dat illustere gezelschap van invloedrijke maar verborgen sujetten die de wereld regeren vanachter gesloten deuren. Gericht op macht en geld en dan ook enkel op macht en geld. Traditioneel is het zo dat wanneer een maatschappij de welvaart van enkelen hoger in het vaandel heeft staan dan het welzijn van velen, er een aantal gebieden zijn waarop subiet verarming te melden valt: religie, wetenschap, onderwijs, kunst en muziek. In dat licht gezien is het op z’n zachtst gezegd opmerkelijk dat zoveel grote namen uit de muziek ons de laatste paar maanden zijn ontvallen en is het maar een kleine stap om tot een soort van complottheorie te komen. Maar wat wellicht nog meer schrijnend is dan het verlies van talenten als Bowie, Frey, Kanter, Kilmister en, nu ook, Nelson, is het feit dat er geen troonopvolgers zijn. Toen de aandeelhouders het overnamen van de muziekliefhebbers bij de major labels verdween ook de kweekvijver van talent met potentie. Alles moet tegenwoordig een instant hit zijn en aan langdurigheid heeft niemand meer een boodschap. De dood van Prince herinnert ons eraan dat deze megaster pas op zijn zesde album, ‘Purple Rain’, commercieel piekte en dat hij jaren de tijd had gekregen om zijn kunst te verfijnen om tot die piek te komen. Net zoals dat het geval was bij andere mega-acts zoals Led Zeppelin, Queen, Pink Floyd en Genesis. Mocht er dus zoiets zijn als Illuminati, dan is haar grootste misdaad geweest om de toekomstige mensheid de ervaring te ontnemen om voor het eerst platen van het kaliber ‘Sign ‘O The Times’, ‘A Night At The Opera’ of ‘Physical Graffiti’ te mogen horen. Dat onbeschrijflijk speciale moment waarop je voor het eerst muziek hoort waarvan je meteen weet dat ze je leven voor eeuwig zal veranderen. Wanneer de muzikant recht tot je ziel spreekt en jij niets anders kunt dan in complete begeestering toehoren.

 

Prince gaf ons dat gevoel en laat ons daarnaast een schat aan herinneringen, een schat aan mysterie en een onverzadigbare honger naar meer na. Wellicht zal de vault nu eindelijk naar buiten worden gebracht, maar op de één of andere manier verliest ze haar iconische status nu ze niet meer op wekelijkse basis aangevuld zal worden door de man die in één jaar meer muziek verzon dan een gemiddelde band in haar hele bestaan. Zijn ziel is gevlogen naar die great gig in the sky en al dat hij achterlaat zijn vakantiefoto’s van zijn avonturen in de muziek. Gisteravond zongen massa’s samengekomen fans overal ter wereld luidkeels en geëmotioneerd ‘Purple Rain’ terwijl de Brooklyn Bridge, het Witte Huis, de Eiffeltoren en zoveel andere iconische gebouwen met paars licht werden beschenen. Maar net zoals de zon niet het middelpunt is van het universum, zo is ook ‘Purple Rain’ niet het middelpunt van dat van Prince. Dat hart klopt elders, dieper verborgen in zijn omvangrijke en imposante oeuvre.

 

In al haar tragiek is het overlijden van één van de grootste talenten van onze generatie daarmee dus ook een uitnodiging tot ontdekking. Tot het maken van een troostrijke reis door een even onevenwichtige als geniale discografie van een man die alles heeft gegeven wat hij in zich had. En die een lichtend voorbeeld blijft van hoe groot zelfs een klein mens kan zijn als ze compromisloos haar talent en haar passie najaagt en zich daarin door niemand de wet laat voorschrijven.

Deel via social media: